Appel: vrucht, oproep en een beetje meer
Een appel is een ronde, eetbare vrucht van de appelboom. In een andere betekenis is een appel een oproep of roepstem, vooral in recht en leger.
Een appel per dag zou de dokter weghouden, zegt het spreekwoord. Maar er bestaat ook een heel ander woord: een appèl is ook een oproep, zoals in 'een appèl doen op iemand'. Die tweede betekenis komt uit het Frans en wordt vooral in formele taal gebruikt, met een accent geschreven.
- Vrucht van de appelboom. *Ze at een rode appel.*
- Oproep (appèl). *Een appèl op de burgers.*
- Rechtszaak: hoger beroep. *In appel gaan.*
- Aanwezigheidscontrole (appèl). *Het appèl in de kazerne.*
Vormen
| Vorm | Woord | Opmerking |
|---|---|---|
| Lidwoord vrucht | de appel | de-woord |
| Meervoud vrucht | appels | ook: appeltjes |
| Verkleinwoord | appeltje | vaak: 'een appeltje voor de dorst' |
| Oproep | het appèl | met accent, om verwarring te voorkomen |
| Samenstellingen | appeltaart, appelmoes, appelboom | veel gebruikt |
Appel in een zin
- Hij nam een appel voor onderweg.Alledaags; vruchtbetekenis.
- De minister deed een appèl op de bevolking.Formeel; het gaat om een oproep.
- De verdachte ging in appel.Juridisch; hoger beroep.
Appel en appèl: twee woorden
Eigenlijk gaat het om twee verschillende woorden die door spelling en uitspraak bijna samenvallen. De vrucht is de appel, de oproep is het appèl (Frans *appel*). Bekende uitdrukkingen zijn *de appel valt niet ver van de boom* (kinderen lijken op hun ouders) en *in de zure appel bijten* (iets onaangenaams toch doen). Je vindt de vrucht in een mand of in een stuk fruit zoals fruit in het algemeen.
Is appel hetzelfde als appèl?
Nee, het zijn twee woorden: de vrucht en de oproep.
Wat betekent in appel gaan?
Hoger beroep aantekenen tegen een uitspraak van een rechter.