Fruit of vrucht? Een verschil dat je makkelijk mist
Fruit is de verzamelnaam voor eetbare, vaak zoete vruchten zoals appels en peren. Het woord wordt meestal als enkelvoud gebruikt.
Fruit noem je alles wat zoet is en aan een plant of boom groeit, zoals appels, peren en bessen. Het is een verzamelwoord: je eet fruit, niet een fruit, en je koopt een schaal fruit of een kilo fruit. Wie het meervoud wil, kiest voor vruchten of fruitsoorten.
- Eetbare vruchten als geheel. *Ze eet elke dag fruit.*
- Fruitig (bijvoeglijk): met de smaak van fruit. *Een fruitige wijn.*
- Samenstellingen. *Fruitmand, fruitsap, fruitboom.*
Vormen
| Vorm | Woord | Opmerking |
|---|---|---|
| Lidwoord | het fruit | Het-woord. |
| Meervoud | fruitsoorten | Fruit zelf heeft geen meervoud. |
| Bijvoeglijk | fruitig | Een fruitige geur. |
| Samenstelling | fruitmand | Mand met vruchten. |
| Verwant | vrucht | De botanische term. |
Fruit in een zin
- Heb je nog vers fruit in huis?Spreektaal; het woord is altijd enkelvoud.
- Hij haalde een kilo fruit op de markt.Hoeveelheid zonder lidwoord of meervoud.
- Ze koopt biologisch fruit.Neutraal; ook in Vlaanderen gebruikelijk.
Fruit en vrucht
- Vrucht β het botanische woord voor een deel van de plant met zaden, ook bij tomaten en komkommers
- Fruit β de eetbare soort, zoals appel en banaan
- Figuurlijk β de *vruchten van je werk plukken*, zie vrucht
- Herkomst β fruit kwam via het Frans uit het Latijnse *fructus*, terwijl vrucht het oudere, Germaanse woord is
- Taaltip β zeg een stuk fruit of een stukje fruit, en geen fruiten; ook in Vlaanderen is dit de norm
Heeft fruit een meervoud?
Nee, je gebruikt fruitsoorten of vruchten. Zeg dus niet fruiten.
Is een tomaat fruit?
Botanisch is het een vrucht, maar in de keuken vallen tomaten onder groente.