Zuster: zus, non en verpleegkundige

Een zuster is een vrouwelijke broer of zus, een kloosterzuster of in de gezondheidszorg een verpleegster. Het woord is formeler of ouderwetser dan zus.

Een zuster is in de eerste plaats een zus. Het woord klinkt formeler dan zus en wordt vooral gebruikt voor kloosterzusters, verpleegsters en in plechtige taal. In veel gezinnen zeggen kinderen gewoon zus.

Vormen en samenstellingen

VormWoordOpmerking
Lidwoordde zusterEen de-woord
MeervoudzustersMet -s
VerkleinwoordzusjeVeel gebruikt voor een jonger zusje
SamenstellingzusterlijkAls een zuster
SamenstellingzusterschapVerbondenheid tussen vrouwen

Zuster in een zin

Zuster, zus en broer

Het woord is verwant aan het Engelse sister en het Duitse Schwester. Het woord bestaat al eeuwen in vrijwel alle Germaanse talen. In het dagelijks leven zegt men zus, en de broer is de mannelijke tegenhanger. In Vlaanderen en in ziekenhuizen sprak men vroeger de verpleegsters aan met zuster, wat tegenwoordig is verdwenen.

Is zuster hetzelfde als zus?

Ja, maar zuster klinkt formeler of plechtiger, terwijl zus dagelijks is.

Waarom heet een non zuster?

Omdat nonnen elkaar en hun gemeenschap als zusters zien, een geestelijke zusterband.

Wat is het verschil tussen zuster en schoonzus?

Een zuster heeft dezelfde ouders als jij; een schoonzus is de zus van je partner of de vrouw van je broer. Beide kunnen in een gezin voorkomen.

Bronnen

WhatsAppXTelegramFacebook

Meer woorden van 6 letters