Zot: gek, dwaas, of dol op iemand?

Zot betekent dwaas of gek. In Vlaanderen gebruikt men het ook vriendelijk of bewonderend: 'zot zijn van iets' betekent er dol op zijn. Als zelfstandig naamwoord is een zot een nar.

Het woord zot is in Nederland licht verouderd, in Vlaanderen springlevend. Een Vlaming die zegt dat je 'zot' bent, maakt je meestal een compliment: gek, maar op een aanstekelijke manier. In Nederland klinkt het ouderwets en eerder spottend. Verwante woorden zijn dwaas en idioot, al is zot veel vriendelijker.

Vormen van zot

VormWoordVoorbeeld
Bijvoeglijk naamwoordzotDat is zot.
Verbogen vormzotteEen zotte actie.
Vergrotende trapzotterZotter dan ooit.
Overtreffende trapzotstHet zotst van allemaal.
Zelfstandig naamwoordde zot / zottenDe zotten van het carnaval.

Zot in zinnen

Een woord uit het Frans

Het woord zot komt via het Middelnederlands *sot* uit het Oudfrans, waar *sot* 'dwaas' betekent. Dat verklaart waarom het Franse *sot* (dwaas) en het Engelse *sot* (dronkaard) familie zijn. Het Engelse woord kreeg ongewoon genoeg de betekenis van een dronkelap, terwijl het Nederlands bij 'dwaas' bleef. Een *zotskap* was de narrenmuts met belletjes van de hofnar. In Nederland past in de meeste gevallen 'gek' beter.

Is zot een scheldwoord?

Niet echt. In Vlaanderen is het vaak vriendelijk, in Nederland klinkt het ouderwets of licht spottend.

Wat betekent 'zot zijn van'?

Dol zijn op, bijvoorbeeld 'hij is zot van voetbal'. Dit is gewoon Vlaams.

Bronnen

WhatsAppXTelegramFacebook

Meer woorden van 3 letters