Dak: bescherming boven je hoofd

Een dak is het bovenste deel van een gebouw, dat bescherming biedt tegen weer. Figuurlijk staat het voor onderdak: een dak boven je hoofd hebben.

Een dak is meer dan een bouwdeel. Wie een dak boven zijn hoofd heeft, heeft een thuis; wie 'uit zijn dak gaat', is de controle even kwijt. Beide gebruiken horen bij dit korte woord.

Vormen

VormWoordVoorbeeld
Lidwoordhet dakHet dak is nieuw.
MeervouddakenRode daken.
VerkleinwoorddakjeEen dakje boven de deur.
Samenstellingdakpan, dakgootOnderdelen van het dak.

Dak in een zin

Herkomst en uitdrukkingen

Het woord *dak* hangt samen met het werkwoord *dekken*: een dak is wat een gebouw bedekt. Dat verklaart ook de verwantschap met deken en dekking. Bekende uitdrukkingen zijn iets van de daken schreeuwen (het aan iedereen vertellen), uit zijn dak gaan (uitzinnig worden) en een dak boven je hoofd (een woonplek). Een dakloze is iemand zonder vaste woonplek.

Is dak een de- of het-woord?

Het dak.

Wat is het meervoud van dak?

Daken.

Wat betekent 'uit zijn dak gaan'?

Uitzinnig worden van plezier, vaak op een feest, soms ook van woede.

Bronnen

WhatsAppXTelegramFacebook

Meer woorden van 3 letters