Dansen: van de vloer tot de uitdrukking
Dansen is je lichaam op muziek of ritme laten bewegen, alleen of met anderen, voor je plezier of als kunstvorm.
Dansen is je lichaam ritmisch bewegen op muziek. Wie danst, hoeft niet te kunnen praten: het lichaam vertelt het verhaal. Je danst op een bruiloft, in de club of op het podium in een ballet.
- Op muziek bewegen. *Ze dansen de hele nacht.*
- Een bepaalde dans uitvoeren. *We dansen een wals.*
- Figuurlijk: onrustig bewegen. *De bladeren dansen in de wind.*
Vervoeging van dansen
| Vorm | Werkwoord | Opmerking |
|---|---|---|
| Infinitief | dansen | regelmatig werkwoord |
| Tegenwoordige tijd | ik dans, hij danst | je danst; dans je? |
| Verleden tijd | danste, dansten | met -te of -ten |
| Voltooid deelwoord | gedanst | hulpwerkwoord hebben |
| Met richting | is gedanst | hij is de zaal in gedanst |
Dansen in een zin
- Gisteren danste hij met zijn grootmoeder.Verleden tijd, met 'hebben' bij een gewone dans.
- Ze is dansend de kamer binnengekomen.Met richting kies je 'zijn' als hulpwerkwoord.
- Zullen we dansen?Uitnodiging; informeel, gezellig.
Uitdrukkingen met dansen
- Naar iemands pijpen dansen β precies doen wat een ander wil.
- De dans ontspringen β ontsnappen aan straf of gevolgen.
- Op een vulkaan dansen β onbezorgd leven terwijl er gevaar dreigt.
- Wie niet dansen wil, moet niet naar het bal komen β bij een besluit hoort ook de consequentie.