Vuil: van vlekkerig tot onsmakelijk, een woord in twee woordsoorten
Vuil is als bijvoeglijk naamwoord 'niet schoon' en als zelfstandig naamwoord het afval of de viezigheid zelf.
Vuil werkt als bijvoeglijk naamwoord en als zelfstandig naamwoord. Wie de vuile was buiten hangt, maakt privézaken publiek, wat niets met wasgoed te maken heeft. Het woord strekt zich uit van zichtbaar stof op de vloer tot morele afkeuring van iemands gedrag, en bestaat in alle regio's van het Nederlandse taalgebied.
- Niet schoon (bijvoeglijk). *Een vuil overhemd.*
- Afval, viezigheid (het vuil). *Het vuil wordt dinsdag opgehaald.*
- Moreel verwerpelijk (bijvoeglijk). *Een vuil spelletje spelen.*
- Verwant: vuilnis. Vuilnis is het huishoudelijk afval.
Vormen
| Vorm | Woord | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Bijvoeglijk | vuil, vuile | Een vuile broek. |
| Vergrotende trap | vuiler | Vuiler dan gisteren. |
| Overtreffende trap | vuilst | Het vuilst. |
| Zelfstandig | het vuil | Veeg het vuil weg. |
| Samenstelling | vuilnisbak, vuilnisman | De vuilnisman. |
Zo gebruik je het
- Mijn schoenen zijn vuil geworden in de regen.Letterlijk, alledaags.
- Hij speelde een vuil spelletje met zijn collega's.Figuurlijk, afkeurend.
- Veeg het vuil maar bij elkaar met de stoffer.Zelfstandig naamwoord, het-woord.
Uitdrukkingen
- De vuile was buiten hangen: privéproblemen publiekelijk uitspreken.
- Vuile handen maken: iets onaangenaams of onwettigs doen.
- Iemand door het vuil halen: slecht over iemand praten.
- Vuil spel: oneerlijk handelen, ook in sport.
- Het woord is verwant aan Engels *foul*; de twee woorden zijn verwant.
Is 'vuil' hetzelfde als 'vies'?
Bijna; vuil gaat vooral over echte viezigheid, vies ook over smaak en gevoel. Bij een vuile broek zie je de viezigheid, bij een vieze geur ruik je haar.
Is vuil een de- of het-woord?
Het zelfstandig naamwoord is 'het vuil'. Het bijvoeglijk naamwoord heeft geen lidwoord.