Vuil: van vlekkerig tot onsmakelijk, een woord in twee woordsoorten

Vuil is als bijvoeglijk naamwoord 'niet schoon' en als zelfstandig naamwoord het afval of de viezigheid zelf.

Vuil werkt als bijvoeglijk naamwoord en als zelfstandig naamwoord. Wie de vuile was buiten hangt, maakt privézaken publiek, wat niets met wasgoed te maken heeft. Het woord strekt zich uit van zichtbaar stof op de vloer tot morele afkeuring van iemands gedrag, en bestaat in alle regio's van het Nederlandse taalgebied.

Vormen

VormWoordVoorbeeld
Bijvoeglijkvuil, vuileEen vuile broek.
Vergrotende trapvuilerVuiler dan gisteren.
Overtreffende trapvuilstHet vuilst.
Zelfstandighet vuilVeeg het vuil weg.
Samenstellingvuilnisbak, vuilnismanDe vuilnisman.

Zo gebruik je het

Uitdrukkingen

Is 'vuil' hetzelfde als 'vies'?

Bijna; vuil gaat vooral over echte viezigheid, vies ook over smaak en gevoel. Bij een vuile broek zie je de viezigheid, bij een vieze geur ruik je haar.

Is vuil een de- of het-woord?

Het zelfstandig naamwoord is 'het vuil'. Het bijvoeglijk naamwoord heeft geen lidwoord.

Bronnen

WhatsAppXTelegramFacebook

Meer woorden van 4 letters