Vocht: de vloeistof, het vochtige muurtje en een verleden tijd
Vocht is vloeistof of vochtigheid, bijvoorbeeld in lucht, muren en lichaam. Vocht is ook de verleden tijd van het werkwoord vechten.
Vocht is een van die woorden die je op twee manieren kunt lezen. Als zelfstandig naamwoord is het vloeistof of vochtigheid; als werkwoordsvorm is het de verleden tijd van vechten. Dat is verwarrend voor wie net Nederlands leert: 'hij vocht' gaat niet over een natte jas, maar over een ruzie of strijd.
- Vloeistof of vochtigheid. *Er zit vocht in de muur.*
- Lichaamsvloeistof. *Ze hield vocht vast.*
- Verleden tijd van vechten. *Hij vocht voor zijn vrijheid.*
Vormen
| Kenmerk | Vorm | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Lidwoord | het vocht | Het vocht verdampt. |
| Meervoud | vochten (zelden) | Lichaamsvochten. |
| Bijvoeglijk naamwoord | vochtig, vochtiger, vochtigst | Een vochtige kelder. |
| Zelfstandig | vochtigheid | Hoge vochtigheid. |
| Werkwoord | vechten, vocht, gevochten | Ze heeft gevochten. |
Voorbeelden uit het dagelijks gebruik
- Door het vocht in de muur bladdert de verf.Bouwkundig, een veelvoorkomend probleem in oude huizen.
- De boksers vochten tot de laatste ronde.Verleden tijd van vechten; hulpwerkwoord 'hebben'.
- Drink voldoende vocht bij warm weer.Het woord staat dan voor drank in het algemeen.
Vocht en vechten uit elkaar houden
Beide woorden klinken hetzelfde, maar ze horen bij een andere woordsoort. Controleer of je 'hij' kunt vervangen door 'wij': 'wij vochten' kan alleen bij het werkwoord. Wie wil vechten tegen vocht in huis, kan beter eerst de oorzaak vinden, bijvoorbeeld een lekkage of slechte ventilatie. Tegenover vocht staat de droogte; een naaste verwant is nat. Het werkwoord hoort bij de vechter.
Is vocht een bijvoeglijk naamwoord?
Nee, het bijvoeglijk naamwoord is 'vochtig'. Vocht zelf is een zelfstandig naamwoord of een verleden tijd.
Wat is het voltooid deelwoord van vechten?
Dat is 'gevochten': 'Ze hebben gevochten.'