Vis: een dier, een gerecht en een werkwoord in één
Een vis is een in het water levend dier met kieuwen en vinnen, maar ook het vlees daarvan als voedsel. Het meervoud is vissen.
Een vis zwemt in zee, maar ligt ook op je bord. Het sterrenbeeld Vissen, de dieren in de rivier en het filet op je bord heten allemaal hetzelfde, terwijl alleen water en een vin hen verbinden. Ook zalm is een vis. Het meervoud *vissen* valt samen met het werkwoord vissen, dus let op de context.
- Waterdier met kieuwen en vinnen. *De vis zwemt in de beek.*
- Vis als voedsel. *Op vrijdag eten we vis.*
- Sterrenbeeld Vissen. *Zij is een Vis.*
Vormen van vis
| Vorm | Woord | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Lidwoord | de vis | De vis zwemt. |
| Meervoud | vissen | Gekleurde vissen. |
| Verkleinwoord | visje | Een visje bakken. |
| Werkwoord | vissen | Hij vist graag. |
| Samenstelling | visgraat | Een visgraat. |
Vis in zinnen
- We hebben gisteren verse vis gegeten.'Vis' is hier een stofnaam zonder meervoud.
- De vissen in het aquarium zijn gevoed.Meervoud van het dier.
- Ze voelde zich als een vis op het droge.Uitdrukking: zich ongemakkelijk voelen in een vreemde omgeving.
Uitdrukkingen met vis
- *Stom als een vis*: helemaal niets zeggen, hoewel vissen eigenlijk best geluid kunnen maken.
- *Geen vis en geen vlees*: iets onbestemds, niet het een en niet het ander.
- *De vis rot van de kop*: een organisatie gaat achteruit door de leiding.
- *Zo gezond als een vis*: kerngezond.
- Verwar *vis* niet met *visite*: dat woord komt uit het Frans en betekent bezoek.
Wat is het meervoud van vis?
Vissen. Voor het vlees gebruik je 'vis' zonder meervoud.
Wat is het verschil tussen vis en vissen?
Vissen is het meervoud van het dier en ook het werkwoord (hengelen). De context maakt duidelijk welke je bedoelt.