Hel: de plek waar niemand heen wil, en een helle kleur
Hel is de plaats van straf na de dood en figuurlijk een vreselijke situatie. Als bijvoeglijk naamwoord betekent hel fel of helder, zoals bij een helle kleur of licht.
Het woord hel heeft twee gezichten. Als zelfstandig naamwoord is het de plek van straf, als bijvoeglijk naamwoord betekent het fel en helder. Wie een 'helle kleur' draagt, valt op; wie in de hel zit, wil weg. Het zelfstandig naamwoord hoort bij de duivel en de hemel in religie en volksgeloof.
- Plaats van straf na de dood (zn.). *Hij vond de wachttijd een hel.*
- Vreselijke situatie (figuurlijk). *Het was een hel op aarde.*
- Fel, helder (bn.). *Een hel licht scheen door het raam.*
Vormen van hel
| Vorm | Woord | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Lidwoord | de hel | De hel van Verdun. |
| Meervoud | hellen | Zeldzaam. |
| Bijvoeglijk | hel | Een hel licht. |
| Verbogen | helle | Een helle kleur. |
| Trappen | heller / helst | Heller dan de zon. |
Hel in zinnen
- De verhuizing was een hel.Spreektaal, overdreven.
- Het licht was zo hel dat ik mijn ogen dichtkneep.Bijvoeglijk gebruik; vaak met licht of kleur.
- Ga naar de hel!Grof; gebruik je in woede, niet in nette taal.
Herkomst en uitdrukkingen
Het zelfstandig naamwoord gaat terug op een Germaanse stam voor een 'bedekte of verborgen plaats'. Daarom is het verwant aan *helen*, verbergen: de hel was de onderwereld die niemand kon zien. De uitdrukking 'de hel losbreken' betekent dat er plotseling chaos uitbreekt. Het bijvoeglijk naamwoord hel heeft een andere herkomst.
Zeg je de hel of het hel?
De hel. Het bijvoeglijk naamwoord heeft geen lidwoord nodig.
Schrijf je hel met hoofdletter?
Alleen als het een eigennaam is, zoals 'de Hel van het Noorden'.