Taai: waarom een koekje en een vlees dezelfde naam delen
Taai betekent moeilijk te kauwen of te breken, en figuurlijk zwaar, saai of volhardend. Een taaitaai is ook een traditioneel Sinterklaasgebak.
Het bijvoeglijk naamwoord taai gaat over weerstand. Wat taai is, geeft niet makkelijk mee: een stuk vlees, een mens of een lange vergadering. Het woord kun je prima gebruiken als compliment voor een volhouder, maar over een stukje vlees is het minder vleiend.
- Moeilijk te kauwen of te breken. *Het vlees was erg taai.*
- Volhardend en weerbaar. *Ze is een taaie tante.*
- Zwaar of saai. *Het was een taaie vergadering.*
- Plakkerig of kleverig. *Het deeg is te taai om uit te rollen.*
Trappen van vergelijking
| Vorm | Woord | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Basisvorm | taai | Het brood is taai. |
| Verbogen | taaie | Een taaie vechter. |
| Vergrotende trap | taaier | Taaier dan verwacht. |
| Overtreffende trap | taaist | Het taaist van allemaal. |
| Zelfstandig gebruik | de taaie | Hij is een taaie. |
Taai in een zin
- Deze steak is zo taai dat ik moet blijven kauwen.Letterlijk en wat klagend.
- Het onderhandelen ging taai.Figuurlijk: het schoot niet op.
- Wat een taaie knul!Informeel compliment voor een volhouder.
Het gebak taaitaai
Rond Sinterklaas eten veel mensen taaitaai, een gekruid koekje van honing, roggemeel en anijs. De naam verwijst naar het taaie deeg, dat lang rust voordat het gebakken wordt. De spelling zonder streepje staat in de woordenlijst, al schrijven veel bakkers taai-taai. Een gewone koek blijft veel zachter.
Is taai het tegenovergestelde van zacht?
Meestal wel: een zacht stuk vlees is mals, een taai stuk is hard om te kauwen.
Hoe schrijf je de koek: taaitaai of taai-taai?
De woordenlijst kent taaitaai; het streepje wordt in de praktijk veel gebruikt.