Stort: de afvalberg en het werkwoord storten

Een stort is een plek waar afval wordt gedumpt. Ook is stort de vorm van het werkwoord storten (hij stort), bijvoorbeeld bij het storten van geld.

Een stort is een plek waar afval wordt neergekieperd. Het woord komt van storten, en dat werkwoord is zo veelzijdig dat je er zowel zand, tranen als geld mee neerlegt. In Vlaanderen is *stort* een gewoon woord voor een vuilnisbelt; Nederlanders zeggen vaker *stortplaats* of *vuilstort*. Een nauw verwant woord is afval.

Vormen

VormWoordVoorbeeld
Zelfstandig naamwoordde stortde stort buiten de stad
Infinitiefstortengeld storten
Tegenwoordige tijdhij stortzij stort het bedrag
Verleden tijdhij storttehij stortte neer
Voltooid deelwoordgestort (hebben of zijn)het geld is gestort

Zo gebruik je het

Storten met hebben of zijn

Bij *storten* wisselt het hulpwerkwoord: gaat het om iets dat je neergooit, dan gebruik je *hebben* (*Hij heeft zand gestort*); valt iets zelf naar beneden, dan hoort *zijn* erbij (*De muur is ingestort*). Samenstellingen als *instorten*, *neerstorten* en *uitstorten* volgen die regel. Een zin als *iemand zijn hart uitstorten* maakt het figuurlijk. Het woord *stortvloed* of *stortregen* wijst op heel veel water in korte tijd.

Is stort hetzelfde als stortplaats?

In het dagelijks gebruik wel. Een stortplaats is de formele benaming, stort de korte vorm.

Wat is het verschil tussen storten en overmaken?

Overmaken is het gewone Nederlandse woord voor geld overschrijven, storten klinkt eerder naar een inleg of een kasstorting.

Bronnen

WhatsAppXTelegramFacebook

Meer woorden van 5 letters