Stoot of stoten? Een duw, slag of schok

Een stoot is een korte, krachtige duw of slag. Ook een schok of een flinke hoeveelheid van iets kan zo heten.

Een stoot is een korte, harde beweging waarmee iets of iemand wordt geraakt. In het boksen is het een slag, op de fiets een hobbel, in het gewone leven vooral een klap die je moet kunnen verdragen. Het woord hoort bij het werkwoord stoten en heeft veel te maken met een slag.

Vormen

VormWoordVoorbeeld
Zelfstandig naamwoordde stooteen harde stoot
Meervoudstotendrie stoten
Verkleinwoordhet stootjeeen stootje oplopen
Werkwoord, tegenwoordige tijdhij stoothij stoot zijn hoofd
Verleden tijdhij stoottezij stootte het glas om

Zo gebruik je het

Stoten, stootte, gestoten

Het werkwoord *stoten* vervoeg je met een zwakke verleden tijd (*stootte*, want de stam eindigt op een t, ’t kofschip) en meestal met de vorm *gestoten* als voltooid deelwoord. Let op: de samenstelling *stootkussen* is een kussen dat klappen opvangt, en een *stootrand* beschermt een wagen of schip. Wie ergens op *stuit*, stoot figuurlijk tegen een probleem aan, zoals iemand die op een muur van onbegrip stuit.

Wat betekent 'tegen een stootje kunnen'?

Dat iemand tegenslag of kritiek goed kan verdragen zonder meteen om te vallen.

Wat is het verschil tussen stoot en stoten?

Stoot is het zelfstandig naamwoord of de ik-vorm van het werkwoord; stoten is de infinitief en de meervoudsvorm.

Bronnen

WhatsAppXTelegramFacebook

Meer woorden van 5 letters