Ski: een plank onder je voeten
Een ski is een lange, smalle plank die je onder je voeten bindt om over sneeuw te glijden. Ook de sport die je ermee beoefent heet skiën.
Een ski is oorspronkelijk een Noors vervoermiddel. Het woord komt uit het Noors skí, wat 'gespleten stuk hout' betekent, en kwam met de wintersport naar het Nederlands. Daarom lijkt het op een buitenlands woord.
- Plank om over sneeuw te glijden. *Hij bond zijn ski's onder.*
- Skiën (werkwoord). *Wij skiën elk jaar in Oostenrijk.*
- Sport. *Skiën is populair in de Alpen.*
- Waterski. *Zij leerde waterskiën in de zomer.*
Vormen
| Vorm | Woord | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Lidwoord | de ski | De ski is gebroken. |
| Meervoud | ski's | Twee ski's. |
| Infinitief | skiën | We gaan skiën. |
| Tegenwoordige tijd (hij) | skiet | Hij skiet goed. |
| Verleden tijd | skiede / skieden | Ze skieden samen. |
| Voltooid deelwoord | geskied | Hebben geskied. |
Zo gebruik je het in een zin
- Zij heeft nieuwe ski's gekocht voor de wintersport.Het meervoud krijgt een apostrof: ski's.
- We gaan volgende week skiën.De infinitief eindigt op trema: skiën.
- Hij skiede de hele helling af.Verleden tijd, een beetje formeel.
Spelling en uitspraak
Het meervoud ski's krijgt een apostrof, omdat de i lang klinkt; zo is het ook bij foto's en radio's. Het werkwoord skiën krijgt een trema omdat de i en de e apart worden uitgesproken, anders las je 'skie'. Bij de lift in het wintersportgebied draagt iedereen zijn ski's op de schouder.
Is het ski's of skis?
Ski's, met apostrof. Alleen zo blijft duidelijk dat de i lang is.
Schrijf je skiën met trema?
Ja, de trema staat op de e: skiën.