Rede: een toespraak, het verstand en een ankerplaats
Een rede is een toespraak of lezing die iemand voor een publiek houdt. In oudere taal betekent het ook 'verstand' en 'redelijkheid'.
Een rede is een zorgvuldig voorbereide toespraak. Het woord is verwant aan *redelijk* en *redeneren*: wie een rede houdt, brengt zijn gedachten op een ordelijke manier onder woorden. Het klinkt plechtig en wat ouderwets. In de moderne taal zeg je meestal *toespraak* of *speech*, maar rede blijft gangbaar in formele teksten.
- Toespraak. *De koning hield een rede.*
- Verstand (oud). *Hij kwam weer bij zijn rede.*
- Ankerplaats voor schepen. *Op de rede van Vlissingen.*
Vormen
| Vorm | Woord | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Lidwoord | de rede | De rede duurde lang. |
| Meervoud | redes | Twee redes. |
| Verwant | redelijk | Een redelijk voorstel. |
| Werkwoord | redeneren | Hij redeneert goed. |
| Samenstelling | redevoering | Een redevoering houden. |
Zo gebruik je het
- De minister hield een lange rede.Formeel; vandaag zeg je meestal *toespraak*.
- Val me niet steeds in de rede.Vaste verbinding: iemand onderbreken.
- Het schip lag op de rede.Zeevaarttaal voor een ankerplaats voor de haven.
Rede of reden?
- Rede: een toespraak of verstand. *Een rede houden.*
- Reden: de oorzaak of het motief. *Wat is de reden?*
- In de rede vallen: iemand onderbreken terwijl hij praat.
- De twee woorden zijn verwant: beide zijn verwant met het Latijnse *ratio*, 'berekening, verstand'.
- *Redeloos* betekent zonder verstand, *redelijk* is verstandig.
- Wie een rede houdt, is een *redenaar*; de kunst van het spreken heet retorica.
Wat betekent 'in de rede vallen'?
Iemand onderbreken terwijl hij of zij aan het woord is.
Is rede hetzelfde als reden?
Nee. Rede is toespraak of verstand; reden is oorzaak of motief.