Deksel: het ding dat op de pot past
Een deksel is een afsluiting die je op een pan, pot of doos legt. Het woord is ook een zachte vloek of uitroep.
Een deksel is de afsluiting van een pot, pan of doos. Het hoort bij het werkwoord dekken, en dat verklaart meteen waarom een deksel iets bedekt. In spreektaal is *deksels* ook een zachte uitroep.
- Afsluiting van een pot of pan. *Doe het deksel op de pan.*
- Bedekking van een doos of kist. *Het deksel van de kist sloot niet.*
- Zachte uitroep (deksels). *Dat is deksels lastig.*
Vormen van deksel
| Vorm | Woord | Opmerking |
|---|---|---|
| Zelfstandig naamwoord | het deksel | onzijdig |
| Meervoud | deksels | met -s |
| Verkleinwoord | dekseltje | klein deksel |
| Bijwoord | deksels | versterkend: deksels mooi |
| Samenstelling | pandeksel | deksel van een pan |
Deksel in een zin
- Het deksel past niet meer op de pot.Letterlijk gebruik.
- Wat een deksels lastig probleem.Spreektaal, oudere of mildere uitdrukking.
- Op elke pot past een deksel.Spreekwoord: voor iedereen is er een partner.
Een zachte vloek
*Deksels* is een zogeheten eufemisme: een verzachte vorm van een krachtiger woord. Het vervangt het zwaardere *duivels*, van duivel. Wie 'deksels' zegt, vloekt zonder dat het zwaar klinkt. Het spreekwoord *Op elke pot past een deksel* gaat over de gedachte dat iedereen wel een passend gezelschap kan vinden. Het deksel is dus tegelijk huishoudelijk voorwerp, uitroep en levensles. Vergelijk ook het milde donder als verzachting.
Is deksels een scheldwoord?
Nee, het is zo mild dat je het ook voor kinderen kunt gebruiken. Het klinkt wel wat ouderwets.
Wat is het verschil tussen deksel en dop?
Een deksel sluit een grotere opening zoals een pan. Een dop zit meestal op een fles of tube en draait vast.