Schrik: een schok die door je heen gaat
Schrik is de plotselinge, korte angst die je voelt als iets onverwachts gebeurt.
Schrik is een lichamelijke reactie die in een fractie van een seconde ontstaat. Het verschil met angst is dat schrik snel komt en snel gaat, terwijl angst blijft. Het woord hoort bij een plotse knal, een onverwachte stem of een voorwerp dat valt.
- Plotselinge angst. *Ik kreeg een enorme schrik van de knal.*
- Angstaanjagende persoon of zaak. *Hij was de schrik van de buurt.*
- Vlaams voor bang. *Ik ben schrik van honden.*
Vormen
| Kenmerk | Vorm | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Lidwoord | de | de schrik |
| Werkwoord | schrikken | ik schrik |
| Verleden tijd | schrok / schrokken | ik schrok |
| Voltooid deelwoord | geschrokken | ik ben geschrokken |
| Afleiding | schrikbarend | schrikbarend hoge cijfers |
Schrik in een zin
- Je hebt me de schrik van mijn leven bezorgd!Informeel, bij een grote verrassing.
- Hij kwam met de schrik vrij.Vaste uitdrukking: het liep goed af.
- Ik ben schrik dat het misgaat.Vlaams: ik ben bang dat het misgaat.
Schrik is bang in Vlaanderen
In Vlaanderen hoor je *schrik* ook als bijvoeglijk woord: *ik ben schrik van spinnen*. Een Nederlander zegt dan *ik ben bang voor spinnen*. Het verschil tussen *schrik* en angst zit in de duur: schrik is een korte schok, angst is een gevoel dat blijft. Het werkwoord *schrikken* is onregelmatig: *schrikken, schrok, geschrokken*, met *zijn* als hulpwerkwoord: *ik ben geschrokken*. Voor wie iets onverwachts overkomt, heeft het Nederlands een rijkdom aan uitdrukkingen: *de schrik zit erin*, *tot mijn schrik* en *iemand schrik aanjagen*. De vrees is dan weer de angst voor iets in de toekomst. Het woord *schrikbarend* kom je vooral tegen in nieuwsberichten over statistieken.
Is schrikken sterk of zwak?
Sterk of onregelmatig: schrikken, schrok, geschrokken.
Wat betekent met de schrik vrijkomen?
Dat iets slecht had kunnen aflopen, maar dat het alleen bij de schrik bleef.