Dubbel: twee keer zoveel, maar ook een bier
Dubbel betekent tweevoudig of twee keer zo groot. Als zelfstandig naamwoord is een dubbel ook een soort Belgisch abdijbier.
Dubbel betekent tweemaal zoveel of in twee delen. Het woord komt van het Latijnse duplus en past overal waar iets verdubbeld wordt: een dubbele deur, een dubbele bodem, een dubbele betekenis. Het is een bijvoeglijk naamwoord en een bijwoord, maar ook een zelfstandig naamwoord.
- Tweevoudig. *Een dubbele bodem in de koffer.*
- Tweemaal zo veel. *Hij betaalde dubbel.*
- Bier met een hoge gisting (dubbel). *Een dubbel van de abdij.*
- Spel met twee spelers per kant. *Het dubbel op Wimbledon.*
Vormen van dubbel
| Vorm | Woord | Opmerking |
|---|---|---|
| Bijvoeglijk | dubbel | een dubbel bed |
| Verbogen | dubbele | de dubbele deur |
| Bijwoord | dubbel | dubbel zo groot |
| Zelfstandig | het dubbel | het dubbelspel |
| Verwant | dubbeltje | vroeger tien cent |
Dubbel in een zin
- Zij kreeg dubbel zoveel stemmen als haar rivaal.Vergelijking; formeel.
- Hij bestelde een dubbel en een tripel.Bierstijlen; Belgisch gebruik.
- Ze speelden het dubbel in de finale.Tennis of badminton.
Dubbel en tripel in de bierwereld
Een dubbel is een donker abdijbier, sterker dan een gewoon pils. Samen met de tripel hoort het bij de Belgische kloosterbieren. De namen verwijzen waarschijnlijk naar de hoeveelheid mout die ooit werd gebruikt, maar de naam is nooit wettelijk vastgelegd. Ook het *dubbeltje*, het oude muntstuk van tien cent, is van dubbel afgeleid: het was twee stuivers. In de uitdrukking 'dubbeltje op zijn kant' kan een zaak beide kanten op vallen. Een groter muntje was het kwartje. Voor de drank zelf zie je bier.
Wat is het verschil tussen dubbel en dubbele?
Bij een het-woord zonder lidwoord is dubbel gebruikelijk: een dubbel bed. Bij de-woorden en bepaalde lidwoorden krijg je dubbele: de dubbele deur.
Wat is een dubbeltje op zijn kant?
Een vaste uitdrukking voor een onzekere afloop: het kan beide kanten op vallen.