Oprit: van garage tot snelweg

Een oprit is een hellende of vlakke weg die naar een gebouw, terrein of snelweg leidt. Bij de snelweg is het de weg waarmee je de hoofdbaan op rijdt.

Een oprit is een weg waarmee je ergens op komt, zoals de strook van de straat naar je garage of de weg naar de snelweg. Het tegenovergestelde van de oprit is de afrit: de oprit brengt je naar boven of naar binnen, de afrit weer naar beneden of naar buiten. Het woord is opgebouwd uit *op* en *rit*.

Vormen

VormWoordVoorbeeld
Enkelvoudde opriteen brede oprit
Meervoudoprittende opritten van de snelweg
Verkleinwoordhet opritjeeen opritje voor de garage
Samenstellingensnelwegoprit, garageopriteen garageoprit van klinkers
Tegenhangerafritde afrit naar Breda

Zo gebruik je het

Oprit in Nederland en Vlaanderen

In beide landen betekent oprit hetzelfde, al zeggen Vlamingen vaak ook oprit voor de verharde strook bij een woning waar je de wagen kunt neerzetten, terwijl Nederlanders daar ook *inrit* of *uitrit* voor gebruiken. Bij de snelweg is een invoegstrook het stuk dat je gebruikt om op te gaan in het verkeer. Wie de oprit mist, moet door tot de volgende ingang van de snelweg, en dat kan soms kilometers verderop zijn.

Wat is het verschil tussen oprit en afrit?

Op de oprit rijd je de snelweg op, via de afrit verlaat je hem.

Mag je op een oprit parkeren?

Op je eigen oprit mag dat doorgaans wel, maar niet als je daarmee de stoep blokkeert.

Bronnen

WhatsAppXTelegramFacebook

Meer woorden van 5 letters