Een stoel om op te zitten, en een om aan te zagen

Een stoel is een meubel met rugleuning om op te zitten. Figuurlijk is het ook een baan of positie, zoals in iemand van zijn stoel stoten.

Een stoel is een meubel om op te zitten, met vier poten en een rugleuning. Wie aan iemands stoelpoten zaagt, ondermijnt zijn positie: de stoel is in het Nederlands ook een symbool voor een baan. Het woord heeft dus een letterlijke en een figuurlijke kant.

Vormen

VormWoordOpmerking
Lidwoordde stoeleen de-woord
Meervoudstoelenmet -en
Verkleinwoordstoeltjekleine stoel
Samenstellingstoelendansspel met stoelen
Samenstellingarmstoelstoel met armleuningen

Voorbeelden in een zin

Stoel in vaste uitdrukkingen

Wat is het verschil tussen stoel en zetel?

Een zetel is vaak een gevoerde stoel of bank; in België is zetel gewoner dan in Nederland.

Wat is stoelgang?

Het medische woord voor ontlasting of de gang naar het toilet.

Bronnen

WhatsAppXTelegramFacebook

Meer woorden van 5 letters