Garage: stalling, werkplaats of muziekstijl?

Een garage is een ruimte om voertuigen te stallen, maar ook een bedrijf waar auto's worden gerepareerd of verkocht.

Een garage is een plek voor auto's. In Nederland ga je naar de garage voor een reparatie, in Vlaanderen heet de eigenaar ervan een garagist. Het woord komt uit het Frans: *garer* betekent 'in veiligheid brengen'.

Vormen

KenmerkVormVoorbeeld
Lidwoorddede garage
Meervoudgaragestwee garages
Verkleinwoordgaragetjeeen garagetje
Persoongaragehouder (NL), garagist (BE)de garagist belde me
Samenstellinggaragedeureen elektrische garagedeur

Garage in een zin

Garage in Nederland en Vlaanderen

In Nederland spreek je meestal van een *garagebedrijf* of gewoon *garage* wanneer je naar de monteur gaat. De eigenaar heet *garagehouder*. In België gebruikt men het woord *garagist*, afgeleid van het Frans *garagiste*. Verder heeft België de typische *garageverkoop*, waarbij mensen spullen uit hun eigen garage of oprit verkopen, terwijl dat in Nederland vaker *garagesale* of *rommelmarkt* heet. De uitspraak met de zj-klank is in beide landen gelijk: ga-RAA-zje. De Engelstalige term *garage* voor muziek is er rechtstreeks uit overgenomen.

Wat is een garagist?

Een Belgisch woord voor de eigenaar van een garage waar auto's worden verkocht en gerepareerd.

Wat is het meervoud van garage?

Garages, zonder apostrof.

Bronnen

WhatsAppXTelegramFacebook

Meer woorden van 6 letters