Garage: stalling, werkplaats of muziekstijl?
Een garage is een ruimte om voertuigen te stallen, maar ook een bedrijf waar auto's worden gerepareerd of verkocht.
Een garage is een plek voor auto's. In Nederland ga je naar de garage voor een reparatie, in Vlaanderen heet de eigenaar ervan een garagist. Het woord komt uit het Frans: *garer* betekent 'in veiligheid brengen'.
- Ruimte om voertuigen te stallen. *De fiets staat in de garage.*
- Bedrijf voor onderhoud en reparatie. *Mijn auto staat bij de garage.*
- Muziekstijl. *Garagemuziek ontstond in Londen en New York.*
Vormen
| Kenmerk | Vorm | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Lidwoord | de | de garage |
| Meervoud | garages | twee garages |
| Verkleinwoord | garagetje | een garagetje |
| Persoon | garagehouder (NL), garagist (BE) | de garagist belde me |
| Samenstelling | garagedeur | een elektrische garagedeur |
Garage in een zin
- Hij zet de auto altijd in de garage.Het gebouwtje bij het huis.
- De garage belde dat mijn auto klaar is.Hier is het bedrijf bedoeld; typisch Nederlands.
- In de garage lag het gereedschap van mijn vader.Ook gebruikt als opslagruimte voor allerlei dingen.
Garage in Nederland en Vlaanderen
In Nederland spreek je meestal van een *garagebedrijf* of gewoon *garage* wanneer je naar de monteur gaat. De eigenaar heet *garagehouder*. In België gebruikt men het woord *garagist*, afgeleid van het Frans *garagiste*. Verder heeft België de typische *garageverkoop*, waarbij mensen spullen uit hun eigen garage of oprit verkopen, terwijl dat in Nederland vaker *garagesale* of *rommelmarkt* heet. De uitspraak met de zj-klank is in beide landen gelijk: ga-RAA-zje. De Engelstalige term *garage* voor muziek is er rechtstreeks uit overgenomen.
Wat is een garagist?
Een Belgisch woord voor de eigenaar van een garage waar auto's worden verkocht en gerepareerd.
Wat is het meervoud van garage?
Garages, zonder apostrof.