Ontrouw: wanneer trouw ontbreekt in een relatie of een belofte
Ontrouw betekent het niet nakomen van wat je beloofd hebt, vooral het hebben van een buitenechtelijke relatie. Het is zowel een zelfstandig als een bijvoeglijk naamwoord.
Het woord ontrouw is een tegenstelling in één woord. Zonder trouw is er geen ontrouw: pas wie iets heeft beloofd, kan het ook breken. Daardoor klinkt het woord zwaarder dan een gewone leugen en wordt het vooral gebruikt voor liefde, vriendschap en vaderlandsliefde.
- Zelfstandig naamwoord: het ontbreken van trouw. *De ontrouw van zijn vriend deed pijn.*
- Bijvoeglijk naamwoord: niet trouw. *Een ontrouwe echtgenoot.*
- Figuurlijk: afvallig zijn. *Hij werd ontrouw aan zijn beginselen.*
Vormen
| Vorm | Woord | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Zelfstandig | de ontrouw | Geen meervoud in gebruik. |
| Bijvoeglijk | ontrouw | Hij is ontrouw. |
| Verbogen | ontrouwe | Een ontrouwe vriend. |
| Vergrotende trap | ontrouwer | Zij is ontrouwer dan hij. |
| Overtreffende trap | ontrouwst | De ontrouwste van de groep. |
Ontrouw in een zin
- Ontrouw is vaak een reden voor een echtscheiding.Juridisch en dagelijks bruikbaar.
- Ze verweet hem ontrouw aan het bedrijf.Ook buiten de liefde: ontrouw aan werkgever of vaderland.
- Een ontrouwe hond bleef niet bij zijn baasje.Humoristisch, naar het idee dat honden doorgaans trouw zijn; een ontrouwe hond is dus bijna een grap.
Veelgemaakte verwarring
- Ontrouw of onwaar? Ontrouw gaat over loyaliteit, onwaar over de juistheid van een bewering.
- Voorvoegsel ont- keert hier de betekenis om, net als in ontmoedigen of ontbossen.
- Schrijfwijze: altijd aaneen en zonder tussenstreepje; *on-trouw* met onbeklemtoonde eerste lettergreep bestaat niet.
Is ontrouw hetzelfde als vreemdgaan?
Vreemdgaan is een informele vorm; ontrouw is breder en formeler.
Wat is het tegenovergestelde?
Trouw, in de betekenis van loyaliteit en betrouwbaarheid. Het woord ontrouw is er rechtstreeks van afgeleid met het voorvoegsel ont-.