Ongeluk: pech, ongeval en ellende
Een ongeluk is een onverwachte, nare gebeurtenis waarbij schade of letsel ontstaat, of in het algemeen het tegenovergestelde van geluk.
Een ongeluk is een nare gebeurtenis die niemand wilde. Het woord ongeluk is gemaakt van on en geluk en benoemt dus letterlijk het tegenovergestelde. Je hoort het bij verkeer, huishouden en gewone pech. Zeg je ‘een ongeluk’, dan denkt de luisteraar meestal aan een aanrijding of een val.
- Ongeval of ramp. *Er is een ongeluk gebeurd.*
- Pech. *Het ongeluk wil dat ik te laat was.*
- Tegenspoed. *Zijn leven werd door ongeluk achtervolgd.*
Vormen
| Kenmerk | Vorm | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Lidwoord | het | het ongeluk |
| Meervoud | ongelukken | drie ongelukken |
| Verkleinwoord | ongelukje | een ongelukje |
| Bijvoeglijk | ongelukkig | een ongelukkige man |
| Samenstelling | verkeersongeluk | een verkeersongeluk |
Voorbeeldzinnen
- Er was een ongeluk op de snelweg.Nieuwstaal.
- Een ongeluk zit in een klein hoekje.Zegswijze: het kan altijd misgaan.
- Het is een ongelukje, niets ergs.Verkleinwoord maakt het lichter.
Ongeluk, ongeval en pech
In officiële taal is een ongeval gebruikelijker, in spreektaal een ongeluk. *Ongelukkig* betekent zowel ‘niet gelukkig’ als ‘met pech’. Een ongeluk komt zelden alleen: meer ellende volgt dan vaak. Wie pech heeft, heeft weinig geluk, maar niet altijd een echt ongeluk. Een *ongelukje* is een klein incident, zoals een gemorste kop koffie.
Is ongeluk hetzelfde als ongeval?
Vrijwel; ongeval klinkt formeler en wordt vooral in verslagen gebruikt.
Wat betekent ongelukkig?
Niet gelukkig, of bedroefd, maar ook met pech of onhandig.
Wat betekent een ongeluk komt zelden alleen?
Dat tegenslag meestal wordt gevolgd door nog meer tegenslag.