Mobiel: telefoon of beweeglijk?
Mobiel betekent beweeglijk of verplaatsbaar. Als zelfstandig naamwoord is een mobiel in Nederland een draagbare telefoon; in Vlaanderen zegt men vaker 'gsm'.
Mobiel is eerst een eigenschap: iets kan verplaatst worden of zelf bewegen. Een mobiele telefoon heet in Nederland kortweg 'een mobiel', in Vlaanderen eerder een 'gsm'. Taal en techniek lopen hier door elkaar.
- Beweeglijk, verplaatsbaar (bijvoeglijk naamwoord). *Een mobiele kraam.*
- Draagbare telefoon (zelfstandig naamwoord). *Heb je je mobiel bij je?*
- Hangend speelgoed boven een wieg. *Een kleurrijke mobiel boven het bedje.*
Vormen
| Vorm | Woord | Opmerking |
|---|---|---|
| Lidwoord | de mobiel | telefoon; meervoud mobielen of mobieltjes |
| Bijvoeglijk | mobiel | een mobiele eenheid |
| Vergrotende trap | mobieler | zelden gebruikt |
| Verkleinwoord | mobieltje | gewone omgangstaal |
| Samenstelling | mobiliteit | beweeglijkheid, verkeer |
Mobiel in een zin
- Mijn mobiel ligt thuis.Nederlands omgangsregister.
- In België bel je met je gsm.'Gsm' is in Vlaanderen de gewone naam.
- De winkel zet een mobiele balie neer.Bijvoeglijk gebruik, formeel en neutraal.
Een woord met een lange geschiedenis
Het woord komt via het Frans uit het Latijn *mobilis*, 'beweeglijk'. Het zit ook in 'auto-mobiel': letterlijk 'zelf-beweeglijk'. Je ziet de stam terug in auto en in 'mobilisatie'. Het is geen valse vriend, want ook Engels *mobile* betekent hetzelfde. Maar een Vlaming zal 'mijn mobiel' bij een telefoon wat Nederlands vinden; hij zegt 'mijn gsm' of 'mijn smartphone', afhankelijk van het toestel.
Zeg je 'gsm' of 'mobiel'?
In Nederland 'mobiel' of 'telefoon'; in Vlaanderen is 'gsm' gewoon. Beide zijn correct Nederlands.
Is 'mobiel' een bijvoeglijk naamwoord?
Ja, maar het werkt ook als zelfstandig naamwoord voor een telefoon of speelgoed.