Zaal: ruimte voor publiek, vergadering of feest

Een zaal is een grote, ruime kamer in een gebouw waar mensen samenkomen, zoals een concertzaal, collegezaal of feestzaal.

Waar mensen samenkomen, is meestal een zaal te vinden: in de bioscoop, in het theater, op school of in het ziekenhuis. Een zaal is eigenlijk niet meer dan een grote ruimte, maar de bestemming bepaalt het karakter. Het woord komt via het Oudfranse *sale* in het Nederlands terecht, en dat gaat weer terug op een Germaans woord voor huis of hal.

Vormen

VormWoordOpmerking
Lidwoordde zaalde-woord
Meervoudzalenklinker wordt lang
Verkleinwoordzaaltjekleine ruimte
Samenstellingencollegezaal, concertzaal, wachtzaalveel gebruikt
Verwantzaalvoetbalsport in de zaal

Zaal in een zin

Zaal of hal?

Een zaal is meestal binnen een gebouw en heeft een duidelijke functie, terwijl een hal ruimer en vaker industrieel of sportief is. Een sporthal is een gebouw, een sportzaal is een ruimte daarin. In Vlaanderen hoor je *zaal* ook voor een café-achterzaal waar verenigingen vergaderen. Een klaslokaal heet liever een lokaal.

Wat is het meervoud van zaal?

Het meervoud is *zalen*. De lange a uit de enkelvoudsvorm blijft behouden.

Is een zaal altijd binnen?

Meestal wel. Een openluchtlocatie noem je meestal een podium of terrein.

Bronnen

WhatsAppXTelegramFacebook

Meer woorden van 4 letters