Loop: de gang van zaken, de baan en de buis
Loop is de stam van het werkwoord lopen en betekent ook de gang van iets, de baan van een wapen of een traject.
Het woord loop is de stam van het werkwoord lopen, maar leeft ook zelfstandig. In de loop van de tijd, in de loop van het jaar: het woord beschrijft altijd een ontwikkeling in een bepaalde richting. Daarnaast is loop de buis van een vuurwapen, en in de informatica een herhalende lus.
- Gang of verloop. *Dat is de loop der dingen.*
- Traject. *De loop van de rivier verandert elke eeuw.*
- Buis van een wapen. *Hij keek in de loop van het geweer.*
- Stam van lopen. *Ik loop elke dag naar school.*
Vormen
| Vorm | Woord | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Zelfstandig naamwoord | de loop | De loop van een rivier. |
| Meervoud | de lopen | De lopen van het geweer. |
| Werkwoord (ik) | loop | Ik loop naar huis. |
| Gebiedende wijs | loop! | Loop even mee. |
| Samenstelling | loopbaan, loopplank | Een lange loopbaan. |
Loop in een zin
- In de loop van de avond werd het stiller.Neutraal, schrijftaal en spreektaal.
- Dat was de loop van zijn leven.Beeldspraak: het verloop van een levensweg.
- Loop even mee naar de supermarkt.Spreektaal; gebiedende wijs van lopen.
Uitdrukkingen met loop
- De loop der dingen. Het natuurlijke verloop van gebeurtenissen.
- De vrije loop laten. Iets ongeremd laten gebeuren, zoals je fantasie of tranen.
- Een pad lopen. Een bepaalde weg volgen, ook figuurlijk.
- De gang van zaken. Wat er gebeurt, de loop van een proces.
Wat is het verschil tussen loop en lopen?
Loop is de stam of het zelfstandig naamwoord, lopen de infinitief.
Wat betekent de loop van een geweer?
De lange metalen buis waardoor de kogel wordt afgeschoten.