Lijf: je lichaam, en een verwant van het woord leven
Het lijf is het lichaam van een mens, vooral de romp of gestalte. Vaak gebruikt in uitdrukkingen als 'iemand te lijf gaan' of 'op het lijf geschreven'.
Het lijf is het lichaam van een mens. Het woord is verwant aan 'leven' en aan het Engelse 'life', zodat je lijf in oorspronkelijke zin zo ongeveer is wat je levend maakt. In de moderne taal gebruik je het vooral in vaste uitdrukkingen.
- Lichaam, romp. *Hij had een gespierd lijf.*
- Bovenstuk van een kledingstuk. *Het lijfje van de jurk is strak.*
- Figuurlijk: de persoon zelf. *Ik ben er met lijf en leden voor.*
Vormen
| Vorm | Woord | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Zelfstandig naamwoord | het lijf | Een sterk lijf. |
| Meervoud | de lijven | Lijven in de menigte. |
| Verkleinwoord | het lijfje | Een lijfje van zijde. |
| Samenstelling | lijfwacht, lijfstraf | Een lijfwacht beschermt hem. |
| Samenstelling | lijfspreuk, lijfarts | De lijfarts van de koning. |
Lijf in een zin
- De boksers gingen elkaar zonder aarzeling te lijf.Uitdrukking: elkaar fysiek aanvallen.
- Het pak zat hem als gegoten, op het lijf geschreven.Een kledingstuk dat perfect past.
- Ze was bang en trok zich uit lijfsbehoud terug.Formeel: uit zelfbehoud.
Uitdrukkingen met lijf
- Iemand te lijf gaan. Aanvallen, in daad of in woorden.
- Lijf aan lijf. Dicht tegen elkaar, zoals in een vechtpartij.
- Iemand op het lijf zitten. Voortdurend controleren of achtervolgen.
- Met lijf en leden. Helemaal, met heel je wezen.
Wat is het verschil tussen lijf en [lichaam](/dictionary/lichaam)?
Lichaam is het neutrale, medische woord. Lijf is informeler en kan ook figuurlijk voor een persoon staan.
Welk woord heeft dezelfde oorsprong?
Leven, het Engelse life en het Duitse Leib zijn verwant met lijf. Ook leven is dus een verwant.