Leven: het werkwoord én het zelfstandig naamwoord
Leven is bestaan als organisme, dus niet dood zijn. Als zelfstandig naamwoord is het leven de tijd tussen geboorte en dood of de manier waarop je je tijd besteedt.
Leven is een van die woorden waar de taal geen vervanger voor heeft. Het is tegelijk werkwoord, zelfstandig naamwoord en onderdeel van tientallen uitdrukkingen, van "zo is het leven" tot "leve de koning". Het hoort bij de allerhoogste frequentie van het Nederlands.
- Bestaan als organisme (werkwoord). *Ze leeft nog.*
- De tijd dat je leeft (zelfstandig). *Een lang en gelukkig leven.*
- Levensstijl (zelfstandig). *Het studentenleven.*
- Drukte, lawaai. *Wat een leven maken ze!*
Vervoeging van leven
| Vorm | Voorbeeld | Opmerking |
|---|---|---|
| Infinitief | leven | Hulpwerkwoord hebben. |
| Tegenwoordige tijd | hij leeft | Ik leef, jij leeft, wij leven. |
| Verleden tijd | hij leefde | Zwak werkwoord. |
| Voltooid deelwoord | geleefd | Hij heeft geleefd. |
| Zelfstandig | het leven | Meervoud: levens. |
Leven in zinnen
- Leve de koningin!Een oude aanvoegende wijs, nog steeds gebruikt bij toast en festiviteiten.
- Hij heeft een druk leven.Zelfstandig gebruik, neutraal.
- Leven en laten leven.Vaste uitdrukking over tolerantie; beide keren de infinitief.
Levend en levendig
Let op de afleidingen van het woord. Levend betekent dat iets leeft, bijvoorbeeld "levende have". Levendig betekent vol energie, bijvoorbeeld een levendige discussie. Leefbaar zegt dat je er goed kunt wonen. Een leefbare wijk is in Nederland en Vlaanderen een beleidsterm. Wat leeft, ademt en heeft een kloppend hart: je adem en hart zijn de klassieke tekenen van leven.
Is het "leef" of "leeft"?
Ik leef, jij leeft, hij leeft. Bij omkering is het "leef je?" met de uitgang weg.
Wat betekent "zo is het leven"?
Een berustende reactie op tegenslag: dat is nu eenmaal hoe het gaat.