Leven: het werkwoord én het zelfstandig naamwoord

Leven is bestaan als organisme, dus niet dood zijn. Als zelfstandig naamwoord is het leven de tijd tussen geboorte en dood of de manier waarop je je tijd besteedt.

Leven is een van die woorden waar de taal geen vervanger voor heeft. Het is tegelijk werkwoord, zelfstandig naamwoord en onderdeel van tientallen uitdrukkingen, van "zo is het leven" tot "leve de koning". Het hoort bij de allerhoogste frequentie van het Nederlands.

Vervoeging van leven

VormVoorbeeldOpmerking
InfinitieflevenHulpwerkwoord hebben.
Tegenwoordige tijdhij leeftIk leef, jij leeft, wij leven.
Verleden tijdhij leefdeZwak werkwoord.
Voltooid deelwoordgeleefdHij heeft geleefd.
Zelfstandighet levenMeervoud: levens.

Leven in zinnen

Levend en levendig

Let op de afleidingen van het woord. Levend betekent dat iets leeft, bijvoorbeeld "levende have". Levendig betekent vol energie, bijvoorbeeld een levendige discussie. Leefbaar zegt dat je er goed kunt wonen. Een leefbare wijk is in Nederland en Vlaanderen een beleidsterm. Wat leeft, ademt en heeft een kloppend hart: je adem en hart zijn de klassieke tekenen van leven.

Is het "leef" of "leeft"?

Ik leef, jij leeft, hij leeft. Bij omkering is het "leef je?" met de uitgang weg.

Wat betekent "zo is het leven"?

Een berustende reactie op tegenslag: dat is nu eenmaal hoe het gaat.

Bronnen

WhatsAppXTelegramFacebook

Meer woorden van 5 letters