Lid: een valse vriend van het Engelse lid
Een lid is iemand die bij een vereniging of groep hoort. Ook een ledemaat, zoals een arm of been, en een onderdeel van een wetsartikel heten lid.
Wie lid zegt, bedoelt meestal iemand die ergens bij hoort. Het Engelse lid betekent deksel, dus een Nederlands lid heeft helemaal niets met een pan of pot te maken. Het woord heeft meerdere betekenissen en een onverwachte meervoudsvorm.
- Persoon die bij een vereniging hoort. *Hij is lid van de voetbalclub.*
- Ledemaat. *Hij brak een lid bij de val.*
- Onderdeel van een artikel. *Artikel 4, lid 2, regelt dit.*
- Deel van het oog (in samenstelling). *Haar ooglid trilde van vermoeidheid.*
Vormen
| Betekenis | Meervoud | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Lid van een groep | leden | De leden stemmen morgen. |
| Ledemaat | ledematen of leden | Haar ledematen deden pijn. |
| Wetsonderdeel | leden | De drie leden van het artikel. |
| Verkleinwoord | lidje | Een lidje van de vereniging. |
| Samenstelling | lidmaatschap | Het lidmaatschap is jaarlijks. |
Lid in de praktijk
- Ik ben vorig jaar lid geworden van de roeivereniging.Het gewone voorbeeld; na het lid worden volgt vaak van.
- Alle leden krijgen een uitnodiging.Leden is het meervoud bij personen.
- Zie artikel 12, lid 3.Juridisch taalgebruik; hier betekent lid een nummer binnen een artikel.
Een valse vriend
Een Engelsman die ‘lid’ leest, denkt aan een deksel. In het Nederlands is dat de deksel. Het lid van ooglid heeft wel eenzelfde klank, maar komt uit een andere woordfamilie en is verwant met het Engelse lid. Het lid van een vereniging hangt samen met het Duitse Glied, dat ook ‘schakel’ of ‘ledemaat’ betekent. Zo zit in het Nederlandse woord een hele geschiedenis: een lid is letterlijk een schakel in een keten, zoals een arm een schakel is van het lichaam.
Wat is het meervoud van lid?
Bij personen en artikelen: leden. Bij ledematen gebruik je meestal ledematen.
Is lid een de- of het-woord?
Het is een het-woord: het lid, maar bij de samenstelling ooglid blijft ook het lidwoord het.