Rok: kleding, jas en uitdrukkingen

Een rok is een kledingstuk dat vanaf de heupen naar beneden hangt. In de ouderwetse taal is rok ook een lange jas of een gala-jas.

Een rok hangt vanaf je middel naar beneden en heeft, anders dan een broek, geen aparte pijpen. In oudere taal bedoelde men met rok ook een lange jas, en die betekenis leeft voort in het rokkostuum. Het woord is al eeuwen oud.

Vormen

VormWoordVoorbeeld
Lidwoordde rokDe rok is nieuw.
MeervoudrokkenDrie rokken in de kast.
VerkleinwoordrokjeEen kort rokje.
Samenstellingkokerrok, rokkenjagerEen kokerrok past bij een blouse.
VerwantjurkEen jurk heeft rok en bovenstuk in één.

Voorbeeldzinnen

Rokken in uitdrukkingen

Een bekende uitdrukking is aan moeders rokken hangen: te afhankelijk van je moeder zijn. De rok is hier een symbool van veiligheid. Het woord rokkenjager spreekt voor zich. Een jurk heeft een bovenstuk en een rok in één, een broek splitst zich in twee pijpen. Let op: het werkwoord roken heeft een lange o en is geen familie van rok.

Is een rok en een rokje hetzelfde?

Een rokje is vooral een korte rok. Het verkleinwoord wordt ook gewoon in algemene zin gebruikt.

Wat is een rokkostuum?

Een formeel herenkostuum met een jas met slippen, zoals dirigenten het dragen.

Bronnen

WhatsAppXTelegramFacebook

Meer woorden van 3 letters