Land: een staat, een stuk grond en een werkwoord
Land is een gebied met een eigen regering, het vaste deel van de aarde of een stuk akker. Landen is ook een werkwoord: neerkomen op de grond.
Land is een van de vroegste woorden die een kind leert, en toch heeft het veel gezichten. Je kunt in één zin aan land gaan, een land bezoeken en over het land lopen, en in elk geval betekent het woord iets anders. Het woord bestaat al in het Oudnederlands.
- Staat of natie. *Nederland is een klein land.*
- Vaste grond, tegenover water. *De matroos ging aan land.*
- Bouwland of weiland. *De boer werkt op het land.*
- Als werkwoord landen: neerkomen. *Het vliegtuig landt over tien minuten.*
Vormen
| Vorm | Woord | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Zelfstandig naamwoord | het land | Een onbekend land. |
| Meervoud | de landen | Landen in Europa. |
| Verkleinwoord | het landje | Een leuk landje. |
| Infinitief | landen | We landen om negen uur. |
| Verleden tijd / deelwoord | landde / geland (zijn) | Het toestel is geland. |
Land in een zin
- Ze verhuisde naar een ver land.Neutraal; in eigennamen schrijf je land met hoofdletter, zoals Nederland of Zwitserland.
- Land in zicht!Uitroep van een zeeman.
- Hij praat land en zand aan elkaar.Informeel: eindeloos praten zonder zin of structuur.
Uitdrukkingen met land
- Land in zicht. Het einde van een moeilijke periode komt eraan.
- Het beloofde land. Een gewenste, verre bestemming.
- Land en zand aan elkaar praten. Eindeloos kletsen.
- Aan land komen. Het strand of de kade bereiken, zoals een schip dat aanmeert aan een haven.
Wat is het verschil tussen land en stad?
Een land is een staat; een stad is een grote bebouwde plaats binnen een land. 'Op het land' betekent in de bouwstreek op het veld.
Hoort 'geland' bij hebben of zijn?
Bij zijn: het vliegtuig is geland. Bij landen gebruik je dus zijn als hulpwerkwoord.