Kosten: het werkwoord en het meervoudige zelfstandig naamwoord

Kosten is als werkwoord een bepaalde prijs hebben, en als zelfstandig naamwoord de uitgaven die je voor iets moet maken.

Het woord kosten is tegelijk een werkwoord en een meervoud. Wat iets kost, zijn de kosten; wie die kosten draagt, betaalt ervoor. Daarnaast betekent het werkwoord in Vlaanderen en in ouder Nederlands ook proeven.

Vormen en vervoeging

VormWerkwoordVoorbeeld
InfinitiefkostenHet kan veel kosten.
Tegenwoordige tijd (hij)kostHet kost veel.
Verleden tijdkostteHet kostte niets.
Voltooid deelwoordgekostHet heeft veel gekost.
HulpwerkwoordhebbenHet heeft gekost.

Voorbeelden

Kosten en kost

Het enkelvoud *kost* betekent ook eten en onderhoud, zoals in *kost en inwoning*. De uitdrukking *koste wat het kost* is geschreven met een werkwoordsvorm in de aanvoegende wijs. De prijs is wat iets kost, de waarde is wat het je waard is. Het werkwoord *kosten* in de zin van proeven hangt samen met smaak en wordt vooral in het zuiden gebruikt. Let op de spelling: in het enkelvoud schrijf je kost, zonder -en, ook als het over één bedrag gaat.

Is het kost of kosten?

Bij één bedrag gebruik je meestal kosten; kost wijst op voeding of onderhoud.

Wat betekent koste wat het kost?

Tegen elke prijs; het is een vaste uitdrukking.

Bronnen

WhatsAppXTelegramFacebook

Meer woorden van 6 letters