Klim: een beklimming, een helling en een werkwoord

Een klim is een beklimming of de handeling van omhoog gaan. Klim is ook de ik-vorm van het werkwoord klimmen.

Een klim is een beklimming: de weg omhoog langs een berg, trap of ladder. Het werkwoord *klimmen* is onregelmatig: ik klim, ik klom, ik ben geklommen. Die sterke vervoeging hoort bij oude Germaanse werkwoorden.

Vormen van klim

VormWoordVoorbeeld
Lidwoordde klimEen zware klim.
MeervoudklimmenKlimmen in de Alpen.
Verleden tijdklomZij klom in de boom.
Voltooid deelwoordgeklommenHij is geklommen (met zijn).
Samenstellingklimmer, klimopDe klimop groeit tegen de muur.

Klimmen: onregelmatig werkwoord

Meer over klim

De onregelmatige vorm klom en geklommen is in Nederland en Vlaanderen standaard. Het hulpwerkwoord is meestal zijn (*hij is geklommen*), maar hebben komt voor als je de activiteit bedoelt (*zij hebben vaak geklommen*). Een klimmer beklimt bergen; een klimop is een plant die tegen muren omhoog groeit. Wie een trap of een ladder op gaat, is ook aan het klimmen. In Vlaanderen is *klimmen* gelijk gebruikt.

Wat is de verleden tijd van klimmen?

Klom (enkelvoud) en klommen (meervoud).

Gebruik je 'zijn' of 'hebben' bij klimmen?

Meestal zijn: hij is naar boven geklommen. Hebben kan wanneer het om de activiteit gaat.

Bronnen

WhatsAppXTelegramFacebook

Meer woorden van 4 letters