Klim: een beklimming, een helling en een werkwoord
Een klim is een beklimming of de handeling van omhoog gaan. Klim is ook de ik-vorm van het werkwoord klimmen.
Een klim is een beklimming: de weg omhoog langs een berg, trap of ladder. Het werkwoord *klimmen* is onregelmatig: ik klim, ik klom, ik ben geklommen. Die sterke vervoeging hoort bij oude Germaanse werkwoorden.
- Beklimming. *De klim naar de top duurde twee uur.*
- Het omhoog gaan. *De klim in de etappe was zwaar.*
- Ik-vorm van klimmen. *Ik klim elke dag de trap.*
Vormen van klim
| Vorm | Woord | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Lidwoord | de klim | Een zware klim. |
| Meervoud | klimmen | Klimmen in de Alpen. |
| Verleden tijd | klom | Zij klom in de boom. |
| Voltooid deelwoord | geklommen | Hij is geklommen (met zijn). |
| Samenstelling | klimmer, klimop | De klimop groeit tegen de muur. |
Klimmen: onregelmatig werkwoord
- De klim naar de top kostte veel moeite.Sportief en letterlijk; ook figuurlijk.
- Hij klom op de ladder om de lamp te vervangen.Verleden tijd, onregelmatig.
- Het bedrijf is flink geklommen op de ranglijst.Figuurlijk: opschuiven in rang.
Meer over klim
De onregelmatige vorm klom en geklommen is in Nederland en Vlaanderen standaard. Het hulpwerkwoord is meestal zijn (*hij is geklommen*), maar hebben komt voor als je de activiteit bedoelt (*zij hebben vaak geklommen*). Een klimmer beklimt bergen; een klimop is een plant die tegen muren omhoog groeit. Wie een trap of een ladder op gaat, is ook aan het klimmen. In Vlaanderen is *klimmen* gelijk gebruikt.
Wat is de verleden tijd van klimmen?
Klom (enkelvoud) en klommen (meervoud).
Gebruik je 'zijn' of 'hebben' bij klimmen?
Meestal zijn: hij is naar boven geklommen. Hebben kan wanneer het om de activiteit gaat.