Wijk: de buurt waar je woont, en ook 'wijk niet'
Een wijk is een deel van een stad of dorp met een eigen karakter. Het is ook de gebiedende wijs van wijken.
Een wijk is een afgebakend deel van een stad of dorp. Wie de wijk neemt, vlucht naar een andere plek, een uitdrukking die niets met het stadsdeel zelf te maken heeft. Het woord werkt dus zowel op kaartniveau als in de taal.
- Stadsdeel. *Ze wonen in een rustige wijk.*
- Werkgebied van een wijkagent of wijkteam. *De agent patrouilleert in zijn wijk.*
- Gebiedende wijs van wijken. *Wijk niet van je plan af.*
- Verwant: buurt. Een buurt is kleiner en persoonlijker dan een wijk.
Vormen
| Vorm | Woord | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Lidwoord | de wijk | De wijk is nieuw. |
| Meervoud | wijken | Nieuwe wijken. |
| Verkleinwoord | wijkje | Een rustig wijkje. |
| Samenstelling | wijkagent, volkswijk | De wijkagent. |
| Werkwoord wijken | wijkt, week, geweken | Hij week. |
Voorbeeldzinnen
- De wijkagent kent iedereen in de wijk.Gemeentelijk taalgebruik.
- In deze achterstandswijk zijn de huizen goedkoop.Maatschappelijke term; soms stigmatiserend.
- Na de ruzie nam hij de wijk naar Frankrijk.Uitdrukking: vluchten; verouderd of literair.
Herkomst en plaatsnamen
Het zelfstandig naamwoord *wijk* komt uit het Latijn *vicus*, 'dorp of stadsbuurt'. Je vindt het nog in plaatsnamen als Beverwijk, Wijk aan Zee en Wijk bij Duurstede. Het werkwoord *wijken* ('opzijgaan, vertrekken') is een apart woord met dezelfde klank. Een stad bestaat meestal uit meerdere wijken, met in Nederland vaak een eigen wijkcentrum of wijkteam.
Wat is het verschil tussen wijk en buurt?
Een wijk bestaat vaak uit meerdere buurten. Een buurt is kleiner en minder officieel.
Is 'wijk' ook een werkwoord?
Alleen als vorm: 'wijk' is de gebiedende wijs van wijken, zoals in 'Wijk niet'.