Wijk: de buurt waar je woont, en ook 'wijk niet'

Een wijk is een deel van een stad of dorp met een eigen karakter. Het is ook de gebiedende wijs van wijken.

Een wijk is een afgebakend deel van een stad of dorp. Wie de wijk neemt, vlucht naar een andere plek, een uitdrukking die niets met het stadsdeel zelf te maken heeft. Het woord werkt dus zowel op kaartniveau als in de taal.

Vormen

VormWoordVoorbeeld
Lidwoordde wijkDe wijk is nieuw.
MeervoudwijkenNieuwe wijken.
VerkleinwoordwijkjeEen rustig wijkje.
Samenstellingwijkagent, volkswijkDe wijkagent.
Werkwoord wijkenwijkt, week, gewekenHij week.

Voorbeeldzinnen

Herkomst en plaatsnamen

Het zelfstandig naamwoord *wijk* komt uit het Latijn *vicus*, 'dorp of stadsbuurt'. Je vindt het nog in plaatsnamen als Beverwijk, Wijk aan Zee en Wijk bij Duurstede. Het werkwoord *wijken* ('opzijgaan, vertrekken') is een apart woord met dezelfde klank. Een stad bestaat meestal uit meerdere wijken, met in Nederland vaak een eigen wijkcentrum of wijkteam.

Wat is het verschil tussen wijk en buurt?

Een wijk bestaat vaak uit meerdere buurten. Een buurt is kleiner en minder officieel.

Is 'wijk' ook een werkwoord?

Alleen als vorm: 'wijk' is de gebiedende wijs van wijken, zoals in 'Wijk niet'.

Bronnen

WhatsAppXTelegramFacebook

Meer woorden van 4 letters