Kaartje: klein stukje papier met veel betekenissen
Een kaartje is een klein stuk karton of papier, zoals een toegangsbewijs, een wenskaart of een visitekaartje. Het is de verkleinvorm van kaart.
Een kaartje is meer dan alleen een kleine kaart. Het kan een toegangsbewijs zijn, een groet op karton of een visitekaartje met je naam. In het dagelijks leven zeg je het veel vaker dan het grondwoord, juist omdat zoveel kleine dingen zo heten.
- Toegangsbewijs. *Heb je al een kaartje voor de trein?*
- Wenskaart. *Ze stuurde een kaartje voor zijn verjaardag.*
- Visitekaartje. *Hij gaf zijn kaartje af aan de receptie.*
- Klein plattegrondje. *Op het kaartje staat de route.*
Vormen
| Vorm | Woord | Opmerking |
|---|---|---|
| Lidwoord | het kaartje | altijd onzijdig |
| Meervoud | kaartjes | -s |
| Grondwoord | de kaart | de-woord |
| Samenstelling | visitekaartje | met naam en contactgegevens |
| Samenstelling | treinkaartje | vervoersbewijs |
Hoe gebruik je het in een zin?
- Mag ik een kaartje naar Utrecht, alsjeblieft?Alledaags, aan het loket.
- Ze kreeg een kaartje met kerstwensen.Informeel, post.
- Het kaartje van het concert kostte veertig euro.Toegangsbewijs, dagelijks gebruik.
Kaartje, ticket of bewijs
Een kaartje is een verkleinwoord, maar heeft een eigen leven gekregen. In België en Nederland zeg je voor een vervoersbewijs of concert vaak gewoon ticket, met kaartje als gewoner alternatief. Het woord kaart komt via het Frans uit het Latijn charta, papier. Dat verklaart waarom een kaart ook een speelkaart of landkaart is. Wie met een kaartje in zijn zak reist, heeft zijn vervoer geregeld. Een visitekaartje is trouwens vooral in de zakelijke wereld gebruikelijk.
Is kaartje altijd klein?
Het is een verkleinwoord, maar in toegangsbewijzen zegt men het ook voor grote kaarten.
Wat is het verschil tussen een kaartje en een ticket?
Vrijwel geen. Ticket klinkt moderner, kaartje is gewoner.