Drinken: onregelmatig werkwoord en een zelfstandig naamwoord
Drinken is het innemen van vloeistof. Het werkwoord is sterk (dronk, gedronken) en het woord wordt ook als zelfstandig naamwoord gebruikt: iets te drinken.
Drinken is een van de oudste werkwoorden van het Nederlands. Het hoort bij de sterke werkwoorden, die hun klinker wisselen: drink, dronk, gedronken. Je gebruikt het voor vloeistof, voor alcohol en in vele uitdrukkingen. De uitspraak is /ˈdrɪŋkə(n)/.
- Vloeistof innemen. *Ik drink elke dag veel water.*
- Alcohol gebruiken. *Hij drinkt te veel, een probleem met drank.*
- Een toost uitbrengen. *We drinken op jouw gezondheid.*
- Als zelfstandig naamwoord. *Heb je iets te drinken?*
Vervoeging van drinken
| Vorm | Woord | Opmerking |
|---|---|---|
| Infinitief | drinken | Hulpwerkwoord: hebben. |
| Tegenwoordige tijd (hij) | drinkt | Ik drink, jij drinkt. |
| Verleden tijd (enkelvoud) | dronk | Wij dronken (meervoud). |
| Voltooid deelwoord | gedronken | Ik heb gedronken. |
| Gebiedende wijs | drink! | Drink op! |
Drinken in zinnen
- Zullen we wat drinken?Informeel; ook in België: "iets gaan drinken".
- Zij dronk haar koffie langzaam.Verleden tijd, vertelstijl.
- Drinken is gezond, maar niet te veel koffie.Zelfstandig naamwoord gebruikt als onderwerp.
Drinken, dronken en dronk
Let op het verschil tussen het werkwoord en het bijvoeglijk naamwoord dronken. In "wij dronken thee" is het de verleden tijd meervoud, in "de man is dronken" is het een bijvoeglijk naamwoord, dat bedwelmd betekent. Het woord *dronkaard* komt van hetzelfde stamgeslacht. De uitdrukking aan de drank zijn wijst op alcoholproblemen. Zie ook dorst voor het gevoel dat vaak vooraf gaat.
Welke hulpwerkwoord hoort bij drinken?
Hebben: ik heb gedronken, niet "ik ben gedronken".
Is drinken regelmatig of onregelmatig?
Onregelmatig, een sterk werkwoord met de klinkerwisseling i-o-o.