Drinken: onregelmatig werkwoord en een zelfstandig naamwoord

Drinken is het innemen van vloeistof. Het werkwoord is sterk (dronk, gedronken) en het woord wordt ook als zelfstandig naamwoord gebruikt: iets te drinken.

Drinken is een van de oudste werkwoorden van het Nederlands. Het hoort bij de sterke werkwoorden, die hun klinker wisselen: drink, dronk, gedronken. Je gebruikt het voor vloeistof, voor alcohol en in vele uitdrukkingen. De uitspraak is /ˈdrɪŋkə(n)/.

Vervoeging van drinken

VormWoordOpmerking
InfinitiefdrinkenHulpwerkwoord: hebben.
Tegenwoordige tijd (hij)drinktIk drink, jij drinkt.
Verleden tijd (enkelvoud)dronkWij dronken (meervoud).
Voltooid deelwoordgedronkenIk heb gedronken.
Gebiedende wijsdrink!Drink op!

Drinken in zinnen

Drinken, dronken en dronk

Let op het verschil tussen het werkwoord en het bijvoeglijk naamwoord dronken. In "wij dronken thee" is het de verleden tijd meervoud, in "de man is dronken" is het een bijvoeglijk naamwoord, dat bedwelmd betekent. Het woord *dronkaard* komt van hetzelfde stamgeslacht. De uitdrukking aan de drank zijn wijst op alcoholproblemen. Zie ook dorst voor het gevoel dat vaak vooraf gaat.

Welke hulpwerkwoord hoort bij drinken?

Hebben: ik heb gedronken, niet "ik ben gedronken".

Is drinken regelmatig of onregelmatig?

Onregelmatig, een sterk werkwoord met de klinkerwisseling i-o-o.

Bronnen

WhatsAppXTelegramFacebook

Meer woorden van 7 letters