Junior: de jongere, het jongste of het beginnende niveau
Junior is een Latijns leenwoord voor iemand die jonger is dan een ander met dezelfde naam, of die nog aan het begin van zijn carrière of sportloopbaan staat.
Een junior is de jongere van twee. Het woord is het Latijnse vergrotende trap van juvenis, jong, en betekent dus jonger. In de praktijk zie je het achter een naam, in vacatures en in de sportwereld.
- Jongere met dezelfde naam. *Jan Jansen junior.*
- Beginnend werknemer. *Een junior ontwikkelaar.*
- Jeugdige sporter. *De junioren spelen om 14.00 uur.*
Vormen
| Vorm | Woord | Opmerking |
|---|---|---|
| Lidwoord | de junior | Een de-woord. |
| Meervoud | junioren | Ook juniors. |
| Tegenstelling | senior | Ouder of ervaren. |
| Afkorting | jr. | Achter een naam. |
| Bijvoeglijk | junior | Junior marketeer. |
Voorbeelden
- Hij werkt als junior bij een groot bedrijf.Werktaal.
- De junioren trainen op woensdagmiddag.Sport.
- Ik ben John junior, mijn vader heet ook John.Familiegebruik.
Junior en senior
De tegenhanger van junior is senior, wat oud of ervaren betekent. Een junior in een vacature is iemand zonder veel ervaring. In de sport verwijst het naar leeftijdscategorieën. Het is hetzelfde woord als in het Engels. Een jong kind noem je zelden een junior, en wie het over jeugd in de sport heeft, zegt meestal jeugdspeler.
In veel beroepsgroepen ziet men junior, medior en senior als drie niveaus. Voor vacatures vragen werkgevers soms een medior, dus iemand halverwege. Die labels zijn niet wettelijk vastgelegd en verschillen per sector.
Wat is het meervoud van junior?
Junioren is gebruikelijk, juniors komt ook voor.
Is een junior altijd jong?
Niet per se. Het gaat om ervaring of rang. Een volwassene kan een junior zijn in een nieuw vak.