Horloge of klok? Het verschil in een oogopslag
Een horloge is een kleine klok die je om je pols draagt, of in je zak bij een zakhorloge. Het woord komt uit het Frans.
Een horloge is een kleine klok die je bij je draagt. Het woord komt uit het Frans en hoort bij het Latijn horologium, wat uurmeter betekent. Meestal denk je aan een polshorloge, maar er bestaan ook zakhorloges aan een ketting. Sinds enkele jaren zijn er ook slimme horloges die berichten tonen en je hartslag meten.
- Klok om de pols. *Hij keek op zijn horloge.*
- Zakhorloge. *Opa had een gouden horloge.*
- Slim horloge. *Haar horloge meet haar hartslag.*
Vormen
| Vorm | Woord | Opmerking |
|---|---|---|
| Lidwoord | het horloge | onzijdig |
| Meervoud | horloges | -s |
| Verkleinwoord | horlogetje | klein horloge |
| Samenstelling | horlogeband | band om de pols |
| Samenstelling | horlogemaker | wie horloges maakt |
Hoe gebruik je het in een zin?
- Wat zegt je horloge? Hoe laat is het?Informele vraag.
- Hij kreeg een horloge voor zijn verjaardag.Alledaags.
- Het horloge loopt een paar minuten voor.Voor, achter of gelijk.
Horloge, klok en uurwerk
Een horloge draag je, een klok hangt of staat ergens. In Vlaanderen en soms ook in Nederland hoor je het woord uurwerk voor allebei, bijvoorbeeld bij een uurwerkmaker. Het oudere woord klok verwijst oorspronkelijk naar de klokken in kerktorens, die de uren sloegen. Op de wijzerplaat tikt de tijd in seconden, minuten en uur.
Wat is het verschil tussen een horloge en een klok?
Een horloge draag je bij je, bijvoorbeeld om de pols. Een klok staat of hangt.
Zeg je het horloge of de horloge?
Het horloge, met de meervoudsvorm horloges.