Halfuur of half uur: hoe schrijf je het?

Een halfuur is een tijdsduur van dertig minuten. Je schrijft het aan elkaar als zelfstandig naamwoord, en los als half uur bij een bijvoeglijk gebruik.

Een halfuur duurt dertig minuten. Het woord is een mooi voorbeeld van een samenstelling die het Nederlands gebruikt waar andere talen twee woorden schrijven. Je hoort het in de vraag hoelang iets duurt: een halfuurtje, een halfuur wandelen, een halfuur wachten.

Vormen

VormWoordVoorbeeld
Lidwoordhet halfuurHet halfuur vloog voorbij.
MeervoudhalfurenDrie halfuren achter elkaar.
VerkleinwoordhalfuurtjeEen halfuurtje wandelen.
Los geschreveneen half uurEen half uur later.
Verwantanderhalf uurAnderhalf uur is negentig minuten.

Voorbeelden

Half drie is geen drie uur dertig

Een bekend struikelblok voor leerders van het Nederlands: half drie is 2:30, niet 3:30. Je telt dus naar het volgende hele uur toe, zodat half drie betekent: een half uur voor drie. Het Engelse *half past two* beschrijft dezelfde tijd, maar telt vanaf het vorige uur. Ook het uur en de minuut hebben in het Nederlands hun eigen schrijfregels. Zowel *halfuur* als *half uur* komt voor; als zelfstandig naamwoord met lidwoord is aan elkaar gebruikelijk.

Schrijf je halfuur aan elkaar?

Beide kan, maar aan elkaar is gebruikelijk als zelfstandig naamwoord.

Wat is het meervoud?

Halfuren, of half uren bij los gebruik.

Bronnen

WhatsAppXTelegramFacebook

Meer woorden van 7 letters