Luister: pracht en bevel tegelijk
Luister is de pracht, glans of feestelijkheid van iets; als werkwoordsvorm is luister de gebiedende wijs van luisteren.
Luister kent twee levens. Het is een bevel als je tegen iemand zegt luister eens, maar ook een deftig woord voor glans en pracht. De twee betekenissen hebben niets met elkaar te maken.
- Gebiedende wijs van luisteren. *Luister goed naar de uitleg.*
- Pracht, glans, feestelijkheid. *De luister van het feest verbleekte.*
- Eer of aanzien. *Het gebouw gaf luister aan de stad.*
Vormen
| Vorm | Woord | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Woordsoort | zelfstandig naamwoord, de-woord | de luister |
| Meervoud | (niet gebruikelijk) | - |
| Gebiedende wijs | luister | luister eens |
| Infinitief | luisteren | naar muziek luisteren |
| Uitdrukking | met luister | met luister gevierd |
Voorbeelden in zinnen
- Luister, ik moet je iets vertellen.Spreektaal; luister opent een belangrijk gesprek.
- Het koor gaf extra luister aan de plechtigheid.Formeel; dit is het zelfstandig naamwoord.
- De luister van het koninklijk huwelijk werd uitgezonden.Plechtig gebruik.
Luister, luisteren en het oor
Het werkwoord *luisteren* hoort bij het oor en betekent aandachtig horen. Het zelfstandig naamwoord *luister* betekent glans of pracht. Het zijn homoniemen: gelijk geschreven woorden met een andere betekenis. Een feest kan met luister worden gevierd, wat betekent: met veel pracht en praal. Let op de gebiedende wijs: luister is de stam, dus zonder -t: luister, niet luistert. Tegen meerdere mensen zeg je ook *luister*, of beleefder *luistert u eens* als je iemand met u aanspreekt. In een formele tekst past luister als pracht vooral bij plechtigheden en optochten.
Is luister een werkwoord of een zelfstandig naamwoord?
Beide. Luister is de gebiedende wijs van luisteren en ook een zelfstandig naamwoord voor pracht.
Wat betekent met luister?
Met glans en pracht, op een feestelijke manier.