Haard: de plek waar het vuur brandt
De haard is de open plek of kachel waar je een vuur stookt. Overdrachtelijk is een haard het punt waar iets begint, zoals een haard van besmetting.
De haard is een van de oudste plekken in een huis. Wie rond de haard zit, is thuis: het woord draagt de warmte van het gezin in zich. Niet voor niets is *eigen haard goud waard*. Tegenwoordig denk je aan een gashaard, maar vroeger was het een open vuur in het midden van de kamer.
- Plaats voor een vuur. *De open haard brandt.*
- Toestel voor verwarming. *Een gashaard of houtkachel.*
- Plaats van oorsprong. *Een haard van onrust.*
- Gezinsleven. *Voor haard en huis.*
Vormen
| Vorm | Woord | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Enkelvoud | de haard | een gezellige haard |
| Meervoud | haarden | haarden in de woonkamer |
| Verkleinwoord | het haardje | een haardje in de hoek |
| Samenstelling | haardvuur | bij het haardvuur |
| Samenstelling | brandhaard | een brandhaard in het gebouw |
Zo gebruik je het
- We zaten gezellig bij de haard.Letterlijk gebruik in een woonkamer.
- Bij het ziekenhuis ontstond een haard van besmetting.Figuurlijk: de plek waar een ziekte of conflict begint.
- Eigen haard is goud waard.Spreekwoord: het eigen huis gaat boven alles.
Haard of hard?
Haard (met aa) en *hard* (met een korte a) lijken op elkaar, maar betekenen iets anders. Het zelfstandig naamwoord klinkt met een lange klank. Het woord is verwant aan Engels *hearth* en Duits *Herd*, dat in het Duits ook fornuis betekent. Figuurlijk ligt de haard bij de kern van een probleem: daar begint het en van daaruit verspreidt het zich.
Wat is een open haard?
Een vuurplaats in de woonkamer met een schouw, waar je hout verbrandt.
Wat is een ontstekingshaard?
Een plek in het lichaam waar een ontsteking begint en zich kan uitbreiden.