Gezicht: aanblik, uitzicht en het gelaat
Het gezicht is de voorkant van je hoofd, maar ook wat je ziet of de aanblik van iets. Het woord kan ook vermogen om te zien betekenen.
Het gezicht is de voorkant van je hoofd, maar het woord kan veel meer. Het gaat ook over wat je ziet, over je zichtvermogen en over de indruk die iets maakt, want het woord hoort bij zien. Het Nederlands heeft er tientallen uitdrukkingen van gemaakt.
- Voorkant van het hoofd. *Ze waste haar gezicht.*
- Aanblik of uitzicht. *Het gezicht op de bergen was prachtig.*
- Zichtvermogen. *Zijn gezicht gaat achteruit.*
- Uitdrukking op het gezicht. *Hij trok een boos gezicht.*
Vormen
| Vorm | Woord | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Lidwoord | het gezicht | Het gezicht is rood. |
| Meervoud | gezichten | Er zijn veel nieuwe gezichten. |
| Verkleinwoord | gezichtje | Een lief gezichtje. |
| Samenstelling | gezichtsveld | Het gezichtsveld is beperkt. |
| Samenstelling | gezichtsverlies | Het gezichtsverlies was groot. |
Gezicht in een zin
- Hij trok een lang gezicht toen hij het nieuws hoorde.Vaste uitdrukking; lang gezicht betekent teleurgesteld.
- Aan het gezicht te zien was ze moe.Aan het gezicht te zien is een vaak gebruikte vorm.
- Het is een gezicht om te zien!Uitroep van verbazing of vermaak.
Uitdrukkingen met gezicht
- Zijn gezicht verliezen. Je reputatie of eer verliezen, een vertaling die we via het Chinees kennen.
- Een gezicht trekken. Je mimiek veranderen, vaak om te laten zien dat je iets niet leuk vindt.
- Gezicht geven aan. Iets zichtbaar of herkenbaar maken: *een gezicht geven aan het project*.
- Het gezicht van de partij. Dit is de bekendste vertegenwoordiger; zie ook hoofd voor een verwante lichaamsdeel en grijns voor wat het gezicht kan tonen.
Is gezicht de of het?
Het gezicht.
Wat is het verschil tussen gezicht en gelaat?
Gelaat is formeler en klinkt literair; gezicht is de alledaagse term.