Gemak: van het gemak dient de mens tot het kleinste kamertje
Gemak is het gebrek aan moeite of de rustige, comfortabele toestand. Verouderd is gemak ook een eufemisme voor het toilet.
Gemak is het gevoel dat iets zonder moeite gaat. Het spreekwoord zegt dat het gemak de mens dient, en dat is precies waarom we zo graag het makkelijke pad kiezen. Ook in samenstellingen als gemakshalve klinkt dat door.
- Gebrek aan moeite. *Hij won met gemak.*
- Rustig, comfortabel. *Ze zat op haar gemak in de leunstoel.*
- Verouderd: het toilet. *Hij ging naar het gemak.*
Vormen
| Vorm | Woord | Opmerking |
|---|---|---|
| Lidwoord | het gemak | Het-woord. |
| Meervoud | gemakken | Bijvoorbeeld: alle gemakken van de moderne tijd. |
| Bijvoeglijk | gemakkelijk | Let op: dubbele k. |
| Bijwoord | gemakshalve | Voor het gemak. |
| Samenstelling | gemakzucht | Neiging tot luiheid. |
Gemak in een zin
- Doe maar rustig, neem op je gemak de tijd.Vriendelijk; je stelt iemand gerust.
- Het gemak van online bestellen is groot.Neutraal; gebruiksgemak.
- Dat zeg je zo met gemak.Soms ironisch: iets lijkt makkelijker dan het is.
Zelfstandig of bijvoeglijk
Het zelfstandige gemak en het bijvoeglijke *gemakkelijk* worden verschillend gespeld: gemak heeft één k, gemakkelijk twee. Dat vergeten veel mensen. Het woord is verwant met *makkelijk*, de spreektaalvorm, en met het werkwoord *maken*. Bij wie veel moeite moet doen, is het gemak ver te zoeken, en een kamer met comfort draagt bij aan het gevoel van ontspanning. Dat een toilet *het gemak* heet, hoor je nog bij ouderen of in een opzettelijk deftige formulering.
Wat is het verschil tussen gemak en gemakkelijk?
Gemak is het zelfstandig naamwoord, gemakkelijk het bijvoeglijk naamwoord en bijwoord.
Wat betekent op je gemak?
Zonder haast of spanning, op een ontspannen manier.