Mazzel: het Jiddische woord voor geluk dat Nederlands werd
Mazzel is informeel Nederlands voor geluk of gunstig lot. Het woord komt uit het Jiddisch en wordt vooral in spreektaal gebruikt.
Mazzel is geluk in spreektaal. Het woord kwam via het Jiddisch (*mazzal*, ‘gelukkig lot’) uit het Hebreeuws in de Amsterdamse volkstaal terecht en is daarna in heel Nederland gaan klinken.
- Geluk, meevaller. *Wat een mazzel dat de trein nog reed!*
- Wens voor geluk. *Veel mazzel met je examen!*
- Wensformule (mazzeltov). *Mazzeltov met jullie nieuwe baby!*
Vormen
| Kenmerk | Vorm | Toelichting |
|---|---|---|
| Lidwoord | de mazzel | de-woord |
| Meervoud | – | niet gebruikelijk; stofnaam |
| Verkleinwoord | – | niet gebruikelijk |
| Samenstelling | mazzelaar | iemand met geluk |
| Uitdrukking | mazzel hebben | geluk hebben |
Mazzel in zinnen
- Zij had mazzel met het weer.Spreektaal; neutraal tot informeel.
- Jij mazzelaar, je hebt de hoofdprijs gewonnen!Informeel; vriendelijk of plagend.
- Veel mazzel!Veelgehoorde wens bij een examen of sollicitatie.
Mazzel, geluk en pech
Het woord mazzel staat naast neutraler geluk. Het tegenovergestelde is pech, en wie ‘mazzel’ heeft, heeft een meevaller. Veel Jiddische en Bargoense woorden zijn zo in het Nederlands gekomen, vooral via de Amsterdamse volkstaal: *bajes*, *gein* en *mesjogge* zijn voorbeelden. Mazzel staat vaak naast *brocha* (zegen) en *schlemiel*, uit dezelfde bron. Je hoort het woord op verjaardagen, bij examens en bij sportwedstrijden: ‘Ik wens je alle mazzel van de wereld!’ Het woord *mazzeltov* wordt gezegd als felicitatie, bijvoorbeeld bij een huwelijk of geboorte.
Waar komt mazzel vandaan?
Uit het Jiddisch, dat het weer uit het Hebreeuws heeft, en in het Nederlands vooral via de Amsterdamse volkstaal.
Is mazzel hetzelfde als geluk?
Bijna, maar mazzel klinkt informeler en gaat vaak over een toevallige meevaller.