Focus: van haardvuur tot brandpunt van de lens
Focus is het punt waarop alles samenkomt, bijvoorbeeld het brandpunt van een lens. Figuurlijk is het je aandacht die je op één onderwerp richt.
De focus is het punt waarop licht of aandacht samenkomt. Het Latijnse woord focus betekende oorspronkelijk haard of vuurplaats, en dus de plek waar mensen zich verzamelen. In de natuurkunde werd het brandpunt, in het gewone leven je concentratie.
- Brandpunt van een lens of spiegel. *Stel de focus van de camera scherp.*
- Concentratie of aandachtspunt. *De focus ligt dit jaar op duurzaamheid.*
- Werkwoord focussen: je aandacht richten. *Ze focust zich op haar examens.*
Vormen
| Vorm | Woord | Opmerking |
|---|---|---|
| Lidwoord | de focus | Vaak ook het brandpunt. |
| Meervoud | focussen of foci | Focussen is gangbaar. |
| Werkwoord | focussen | Ik focus, zij focuste. |
| Voltooid deelwoord | gefocust | Hij heeft zich gefocust. |
| Samenstelling | autofocus | Camera stelt zelf scherp. |
Focus in een zin
- De fotograaf zocht de juiste focus.Vakspecifiek en neutraal.
- Het bedrijf legt de focus op groei.Zakelijk register, in beleidsstukken vaak te horen.
- Focus je nou eens op je huiswerk.Spreektaal; sommige taalpuristen verkiezen concentreer je.
Waar komt focus vandaan?
Het Latijn kende *focus* als woord voor haard, en Johannes Kepler gebruikte het in 1604 voor het punt waarin lichtstralen bijeenkomen. Zo ging de term van de keuken naar de optica. Een scherpe focus op het juiste doel is ook geen eenvoudige zaak, net als het afstellen van een lens, en daarom zeggen we dat de focus *scherp* of *wazig* kan zijn. Het werkwoord *focussen* is jonger en wordt soms als anglicisme gezien.
Is focussen goed Nederlands?
Ja, het staat in de Woordenlijst. Wie het te modern vindt, kan zich concentreren op iets of de aandacht richten gebruiken.
Zeg je foci of focussen?
Beide kunnen. In het dagelijks taalgebruik is focussen de gewone meervoudsvorm.