Zomer: warmte, vakantie en de zwaluw die hem niet maakt
De zomer is het warmste jaargetijde, in de meteorologie juni, juli en augustus. Ook figuurlijk: de bloeitijd van iets.
De zomer is het jaargetijde met de langste dagen en de hoogste temperaturen. Meteorologen laten hem beginnen op 1 juni en eindigen op 31 augustus; astronomisch begint hij rond 21 juni. Het woord roept in Nederland en Vlaanderen beelden op van strand, vakantie en terrassen, maar ook van buien en onzekere weersverwachtingen.
- Jaargetijde. *In de zomer ga ik zwemmen.*
- Bloeitijd in het leven (figuurlijk). *De zomer van haar carrière.*
- Zomers als bijvoeglijk: *een zomerse dag* is warm en zonnig.
Vormen
| Kenmerk | Vorm | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Lidwoord | de zomer | De zomer is warm. |
| Meervoud | zomers | Twee zomers. |
| Bijvoeglijk | zomers | Een zomerse avond. |
| Samenstelling | zomertijd | De zomertijd gaat in. |
| Samenstelling | zomervakantie | De zomervakantie begint. |
Voorbeelden uit het dagelijks gebruik
- Dit jaar blijft de zomer lang aan.Weersverwachting of gesprekken.
- De zomertijd gaat in het laatste weekend van maart in.Verwijzing naar de klokverandering.
- We zijn dit voorjaar al in de zomer beland.Informeel; vaak aan het begin van warm weer.
Zomer in uitdrukkingen en weer
Een bekend spreekwoord is 'één zwaluw maakt nog geen zomer': één goed teken is niet genoeg om een conclusie te trekken. Mooi weer in de herfst heet in Nederland een oudewijvenzomer, naar de herfstdraden van spinnen. De zomer volgt op de lente en wordt gevolgd door de herfst, terwijl de winter zijn tegenpool is. Op het zuidelijk halfrond geldt het omgekeerde: daar is het zomer als wij winter hebben.
Wanneer begint de zomer?
Meteorologisch op 1 juni, astronomisch rond 21 juni.
Wat is een oudewijvenzomer?
Een periode met zacht, zonnig weer in de herfst, meestal in september of oktober.