Expres of express? Een klein woord met twee spellingen
Expres betekent met opzet. Iets expres doen is het bewust doen, niet per ongeluk.
Het woord expres is een bijwoord dat 'met opzet' betekent. Wie iets expres doet, laat zien dat er geen toeval in het spel was. Het komt uit het Latijn: *expressus* betekent 'duidelijk uitgedrukt'.
- Opzettelijk. *Je deed dat expres!*
- Bijwoord van doel. *Ze liep expres langzaam.*
- Met een bepaald doel. *Ik ging er expres voor naar Gent.*
Vormen en verwante woorden
| Kenmerk | Vorm | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Woordsoort | bijwoord | hij deed het expres |
| Tegenstelling | per ongeluk | het was per ongeluk |
| Verwant | express | een expresbus |
| Verwant | expressie | gezichtsexpressie |
| Verwant | expressief | een expressief gebaar |
Expres in een zin
- Heb je dat expres gedaan?Veelgebruikt: beschuldiging of vraag.
- Ik kwam expres eerder om je te helpen.Positieve context: een bewuste keuze.
- Het glas viel niet expres kapot.Ontkenning met niet staat vóór het bijwoord.
Expres, express en opzet
Het blijft opvallen hoeveel mensen *express* schrijven als ze *expres* bedoelen. Het eerste woord betekent 'snel', zoals in expresbestelling of sneltrein, en komt van het Engelse *express*. Het tweede is puur Nederlands bijwoord. Een ezelsbrug: expres eindigt op één s, express heeft er twee. Wie het tegenovergestelde bedoelt, zegt *per ongeluk* of *onbewust*. De vaste formule voor het plechtiger woord is opzet: iets met opzet doen betekent hetzelfde, al klinkt het formeler.
Schrijf je expres of express?
Voor 'met opzet' schrijf je expres. Voor 'snel' bestaat express.
Kan expres voor een zelfstandig naamwoord staan?
Nee, het is een bijwoord en wordt niet verbogen.