Deken: twee woorden met dezelfde klank
Een deken is een stuk dikke stof om je warm te houden. Daarnaast is een deken ook een kerkelijke of beroepsmatige leider.
Deken kan een dekkend stuk textiel zijn, maar ook een functie. Ze lijken alleen op elkaar: het ene komt van ādekkenā, het andere van het Latijnse *decanus*, āleider van tienā. Het verschil blijkt altijd uit de zin.
- Warm beddengoed. *Trek de deken over je heen.*
- Dikke laag. *Een deken van sneeuw lag over het land.*
- Leider (kerk, universiteit, orde). *De deken van de advocaten sprak de zaal toe.*
Deken in vormen
| Vorm | Woord | Opmerking |
|---|---|---|
| Lidwoord | de deken | vrouwelijk |
| Meervoud | dekens | gewone -s |
| Verkleinwoord | het dekentje | vaak met baby |
| Samenstelling | wollen deken | ook picknickdeken |
| Verwant | dekken | werkwoord bij beide betekenissen |
Deken in de zin
- Hij sloeg een deken om zijn schouders.Letterlijk, alledaags.
- De deken van het kapittel opende de vergadering.Formeel; kerkelijk of juridisch.
- Een dikke deken van mist hing boven de polder.Figuurlijk, literair.
Deken en dekken
Het woord voor de stof komt van het werkwoord *dekken*, 'bedekken'. Voor de leider geldt een andere lijn: Latijn *decanus*, via het Frans in Nederland aangekomen. In Vlaanderen en Nederland is de deken als leider vooral bekend uit kerk, ambachten en advocatuur; voor de universitaire leider gebruik je 'decaan'. Wie het koud heeft in bed, pakt een deken; een laken is juist een dun doek zonder warmte.
Heeft deken een verbuiging?
Nee, het blijft āeen dekenā in alle naamvallen; alleen het meervoud is dekens.
Is deken een de- of een het-woord?
Beide betekenissen zijn 'de'.
Wat doet een deken in de kerk?
Hij leidt een groep parochies, het zogeheten decanaat.