Laken: het beddengoed én het werkwoord
Een laken is een grote doek van linnen of katoen die je over een matras legt. Het werkwoord laken betekent afkeuren of veroordelen.
Laken is een woord met een dubbel leven. Het is zowel het stuk stof waar je onder slaapt als het werkwoord waarmee je iemands gedrag afkeurt, en die twee hebben niets met elkaar te maken. Alleen de spelling is toevallig gelijk.
- Beddenlaken (zelfstandig). *Een schoon laken opmaken.*
- Dikke wollen stof (zelfstandig). *Een jas van zwaar laken.*
- Afkeuren (werkwoord). *De rechter laakte het gedrag van de directie.*
Vormen
| Aspect | Vorm | Opmerking |
|---|---|---|
| Lidwoord | het laken | Een het-woord. |
| Meervoud | lakens | Ook: de lakens. |
| Verkleinwoord | lakentje | Een babylaken. |
| Werkwoord | laken | Hij laakt, laakte, heeft gelaakt. |
| Voltooid deelwoord | gelaakt | Afgekeurd. |
Laken in zinnen
- Ze verschoonde de lakens elke week.Alledaags huishoudelijk gebruik.
- Wij laken dit gedrag ten zeerste.Formele taal, vooral in bestuurlijke teksten.
- Hij deelt de lakens uit.Figuurlijk: hij bepaalt alles.
De lakens uitdelen
Wie de lakens uitdeelt, is de baas. De uitdrukking komt vermoedelijk uit de lakenhandel, waar de koopman bepaalde welk laken aan wie werd verkocht. Wie het laken naar zich toe trekt, neemt het gezag over. Een goede lakenweverij was in de Middeleeuwen een bron van rijkdom voor steden als Leiden en Ieper. Meer over bedden vind je bij matras, en over stoffen bij kleed.
Hoe herken ik welk laken bedoeld wordt?
Aan de zin. Met een lidwoord (het laken) gaat het om stof of beddengoed, na een persoonsvorm (zij laken het) om afkeuren.
Is laken het enige woord met twee betekenissen?
Nee, het Nederlands kent veel homoniemen zoals bank, kop en leger.