Laken: het beddengoed én het werkwoord

Een laken is een grote doek van linnen of katoen die je over een matras legt. Het werkwoord laken betekent afkeuren of veroordelen.

Laken is een woord met een dubbel leven. Het is zowel het stuk stof waar je onder slaapt als het werkwoord waarmee je iemands gedrag afkeurt, en die twee hebben niets met elkaar te maken. Alleen de spelling is toevallig gelijk.

Vormen

AspectVormOpmerking
Lidwoordhet lakenEen het-woord.
MeervoudlakensOok: de lakens.
VerkleinwoordlakentjeEen babylaken.
WerkwoordlakenHij laakt, laakte, heeft gelaakt.
Voltooid deelwoordgelaaktAfgekeurd.

Laken in zinnen

De lakens uitdelen

Wie de lakens uitdeelt, is de baas. De uitdrukking komt vermoedelijk uit de lakenhandel, waar de koopman bepaalde welk laken aan wie werd verkocht. Wie het laken naar zich toe trekt, neemt het gezag over. Een goede lakenweverij was in de Middeleeuwen een bron van rijkdom voor steden als Leiden en Ieper. Meer over bedden vind je bij matras, en over stoffen bij kleed.

Hoe herken ik welk laken bedoeld wordt?

Aan de zin. Met een lidwoord (het laken) gaat het om stof of beddengoed, na een persoonsvorm (zij laken het) om afkeuren.

Is laken het enige woord met twee betekenissen?

Nee, het Nederlands kent veel homoniemen zoals bank, kop en leger.

Bronnen

WhatsAppXTelegramFacebook

Meer woorden van 5 letters