Cel: kleinste eenheid van leven, of ruimte met een slot

Een cel is de kleinste levende eenheid van een organisme, maar ook een kleine afgesloten ruimte, zoals in een gevangenis of klooster, en een vakje in een tabel.

Een cel is een kamertje, hoe klein ook. Of het nu een bloedcel, een gevangeniscel of een cel in een spreadsheet is, het gaat altijd om een afgebakende ruimte. Dat maakt dit korte woord veelzijdig.

Vormen

VormWoordVoorbeeld
Lidwoordde celDe cel is leeg.
MeervoudcellenRode bloedcellen.
VerkleinwoordcelletjeEen celletje.
Samenstellingstamcel, celstrafCelstraf is gevangenisstraf.

Cel in een zin

Herkomst

Het woord komt uit het Latijnse *cella*, 'kleine kamer' of voorraadkamer. De Engelsman Robert Hooke gaf in 1665 de naam *cell* aan de vakjes die hij onder de microscoop in kurk zag, omdat ze hem aan kloostercellen deden denken. Zo gaat het woord van kloosterkamer via gevangenis naar biologie. Een verwant woord voor een kleine afgesloten ruimte is hok. In de gevangenis spreekt men van een cel, in het lichaam van miljarden cellen, en in een rekenblad van een cel waarin je een getal of formule zet. De bijbehorende afleidingen zijn onder meer celwand, celkern en celdeling.

Wat is het meervoud van cel?

Cellen.

Hoe spreek je cel uit?

Als 'sel', met een zachte s.

Wat is een mobiele cel?

In de telecom heet het gebied dat één zendmast bestrijkt een cel; daar komt 'cellulair' vandaan. In Vlaanderen en Nederland zegt men gewoon: bereik.

Bronnen

WhatsAppXTelegramFacebook

Meer woorden van 3 letters